Een beeldenstorm sloeg de neus weg. Het aangezicht lijdt onder roet- acné. De huid heeft puisten en schilfers.
Toch houdt Bernadette de handen gevouwen en de ogen devoot opgeslagen in de Lourdesgrot.
De aftakeling deert haar niet. Toch ook wel een klein mirakel.
“Handel in vee” klinkt gewichtiger dan “veehandel”.
En gewicht telt in deze commercie.
De typografie is het vette wit van zwoerden en pensen.
Hoe zou het zijn met Eddy en Mary-Ann van het Keukenpaleis?
Zij die alles in één winkel hadden. Huwelijkslijsten en porselein.
Herinneren ze zich nog het ogenblik dat ze kozen voor een vierkleuren-advertentie in de voetbalkantine?
Het roofingdak was toen nog nieuw.
Nu is de kantine vervallen en het enige stof dat nog niet gaan liggen is, zijn de stofwolkjes van de spurtende klanten.
Het harde verstrijken van de tijd. Het brekend-glas-paleis.
Er staat veel langs de weg. Palen met verkeersborden. Palen met vlaggen van tankstations.
Veel palen ook met straatverlichting. En palen met een flitscamera.
Palen met een gekruisigde worden zeldzaam.
Nochtans past de dood wel bij het verkeer.
Jaarlijks 1,25 miljoen doden op de weg wereldwijd.
1952. In Denemarken had een miljonair een walvis gedood en met formol laten inspuiten om hem zo in alle West-Europese landen tentoon te stellen. De 23 meter lange en 60 ton wegende walvis werd vervoerd door een trein. In alle Vlaamse provinciesteden met een station was hij te zien. Een tienjarige uit Turnhout zei dat het beest iets had “van een gerookte haring, maar dan een hele grote.” Alleen al in België trok hij 400.000 bezoekers. Nadien vertrok het dier naar Frankrijk en de Verenigde Staten. Daar stierf hij een roemloze dood. Op honderd meter van de Atlantische Oceaan stond hij als kermisattractie op de zeedijk. Hij ging in de vlammen op.
Een walvis kan tot drieduizend liter olie bevatten.
De snackbar waar ik een broodje eet, heeft een merkwaardig toilet. De opstaande klep van de pot vertoont een gestileerde highway.
Een wijds landschap in de kleinste kamer.
Een roadmovie met toch ook pis in de hoofdrol.
De snackbar heet “Route 66”.
Begin jaren zestig. Poseren bij je auto. Dan ga je natuurlijk nonchalant staan leunen.
Met die gedachte dat het leven vanaf nu eens zo makkelijk wordt.
In 1960 waren er in België 950.000 auto's en vrachtwagens.
Nu zijn het er 7 miljoen. Die leggen op een jaar 84 miljard kilometer af.
Een perron is een kleine afgrond.
In de diepte zwerft afval. Blikken. Peuken. En ook een pop uit een verloren hand.
Het kind riep. De ouders hielden het tegen. De deuren plooiden dicht. De trein verdween.
Er ligt een pop in Brussel-Noord.
Het stenen bed. En geen woord van troost.
Ooit het “Dorpscafé”.
Toen ging de deur op slot en waren er geen openingsuren meer.
De nieuwe bewoners hebben het verleden willen wissen.
Maar in het dorp blijft het litteken.
Horizontaal. Eenentwintig letters.
De wagen komt uit Amerika.
Een skyline van woestijnen en in hitte ijlende benzinestations.
De horizon is nu van rode baksteen.
Op de tv-antenne is Bonanza nog binnenshuis gekomen.
Zo stond het op de kantine. De twee volkssporten in één club verenigd.
Bekwamen de spelers zich in de luchtduels?
Oefenen ze vele malen het vluchtschot?
Krijgt hun flankaanvaller soms vleugels?
Hoe voelen ze zich in de staart van de rangschikking?
De Amerikaanse begraafplaats in Neupré (Condroz). De neergemaaiden zijn met meer dan 5300.
De zitmaaier zorgt voor een deftig groen laken.
Vlakbij de begraafplaats woont Armand (88). De Duitsers wilden hem deporteren in 1943 en hij zat op deze plek ondergedoken toen het nog een bos was. Armand sloot zich aan bij het verzet. Ze hielden zich verborgen in boerenschuren. De Duitsers ontdekten hun schuilplaats en de schuur werd met vlammenwerpers platgebrand. Slechts drie van de vijftien kameraden overleefden het.
Armand heeft nog vijftig jaar dezelfde angstdroom gehad. Dat de Duitsers weer vlakbij zijn dorp waren.
Onbewaakte overweg in Oost-Vlaanderen.
De smalle servitudeweg steekt hier de sporen over. De NMBS voorziet geen licht- en belsignalen.
Aan de overkant wacht het spookhuis. Met de verdwaalde reisduiven en de zieke venstergaten.
Glas breekt op matrassen in al te lege kamers.
Niet in de breedte spelen, heeft de trainer gezegd. Maar ze doen het toch.
Ze spelen tussen Brood, Banket, Rouwcentrum en Rap Eten : Bij Peter Kip.
Een match tussen leven en dood.
En ja, Mannen Weten Waarom.
De wijsbegeerte van de zijlijn. De filosofie van het vat.
Het is een gekke koe. Ze heeft mond- en klauwzeer en hoeken aan de tepels.
De nabij wonende boer zegt dat hij ooit een kalf had met twee koppen.
Dat had twee kelen en twee stembanden en kon langs twee kanten “beuh” zeggen, echtig waar!
Een firmament van filterpeuken.
Een roodgloeiende sigaret is een minieme vuurkegel maar kan tot op grote hoogte
gezien worden door overvliegende gevechtspiloten.
Dat las ik in oorlogsboeken voor de jeugd.
De filters hebben prachtige uitzaaiingen van het inhaleren.
Hoog opgeschoten vetplanten en cactussen beslaan de uitstalramen van een autoshowroom in Wallonië.
Ze zijn bescheiden begonnen, als bloemstuk bij de opening van de zaak.
Nu is het een exotisch decor aan de rand van rubber en bumpers.
Klein-Arizona achter glas.
Het is de wet van alle leven.
Als een poort niet meer opengaat groeien er bloemen.
Het huis is onbewoond.
Nutteloze appelen vallen niet ver van de boom.
Het fruit kneust zich op schalie en gebroken baksteen