<k> De Man van Staal en Aluminium: Frans Cools, bouwer van het Atomium
Dit weekend is Frans Cools (93) overleden. De man uit Eindhout (Kempen) begon als lasser, werkte zich op met avondschool en was als 26-jarige de bouwer en werfleider van het Atomium.
Hij bouwde niet alleen het blinkende icoon van België, hij zou ook nog kerncentrales,snelwegbruggen en viaducten aanleggen.
In 2005 sprak ik hem. Hij was toen ondanks zijn ‘palmares’ in de vergetelheid geraakt. De renovatie van het Atomium was de aanleiding, ik was blij dat ik zijn verhaal van moed en durf vanonder het stof kon halen.
Frans Cools (toen 76): “ Ik heb met koningen en keizers aan de tafel gezeten, maar nu ben ik ook maar een gepensioneerde met zijn medaille, zijn doos foto's en zijn herinneringen.”
Een adieu. Aan een kleine Kempenaar en een grote meneer.
uit Humo april 2005
Ingescand uit Humo/ Thomas Legrève
"Wij hadden niets. Geen helmen, geen riemen, geen stellingen en geen tijd."
Meegaan naar de Wereldtentoonstelling in Brussel, daar was ik in 1958 te klein voor. Maar als kind kon ik die Expo '58 toch van dichtbij zien op de magisch-realistische plaatjes van de View-Master. Dààr schitterde het Atomium onder de strakke blauwe lucht! Dat die bollen zo blonken, dat was de perfecte weerspiegeling van die tijd. De schoenen van de mensen blonken, de ruiten van de huizen blonken én de nieuwe auto's op de nieuwe wegen blonken nog het meest. Het waren jaren van technische vooruitgang en als er toen iets niét te stuiten was, dan was dat het geloof in de toekomst.
Ook gastland België ging op de industrieel-optimistische toer met de magistrale Pijl van de Burgerlijke Bouwkunde (helaas afgebroken in 1970) en met het Atomium: een ijzerkristal met negen atomen "dat circa 150 miljard maal is vergroot". Het Atomium moest "de centrale blikvanger zijn van deze grote expositie" én "het duidelijke zinnebeeld van de vreedzame aanwending van atoomenergie". Tegelijk was het "een waardig huldebetoon aan de metaalverwerkende industrie in ons land".
De ontwerper van het Atomium is ingenieur André Waterkeyn, maar de man die het met zijn arbeiders uit de grond heeft gestampt is werfleider Frans Cools (76), een geboren Kempenaar uit Eindhout. Vijftig jaar geleden was het zover: "Op mijn zesentwintigste ben ik aan het Atomium begonnen!"
-
Welke studies hebt u gedaan?
Frans: « Hier in Tessenderlo heb ik de technische school gedaan tot mijn zestiende. Dat was op het einde van de oorlog en omdat werk toen moeilijk te vinden was, ben ik met mijn broer Joseph als onderhoudsman gaan werken op een kasteel. Dat was in Arville, bij de graaf de Liedekerke. Daar hebben we goed ons Frans geleerd, en een jaar later zijn wij dan kunnen beginnen bij het grote metaalbedrijf Ateliers de Constructions de Jambes-Namur. Overdag werkte ik daar als lasser en 's avonds volgde ik dan avondschool over monteren en dergelijke. En zo heb ik mij in mijn eentje opgewerkt. Mijn ouders wisten nog geen tiende van wat ik allemaal deed en studeerde.
Wat deed uw vader?
Frans: « Die is boer geweest, dan mijnwerker in Beringen, en uiteindelijk is hij bij zijn broer gaan werken, mijn nonkel Charel, dat was een rijke biersteker en die had hier in de buurt een brouwerij en tientallen cafés. Die is later -met zijn fiets aan de hand!- doodgereden door een auto in de mist. Ja, onze familie heeft zijn deel van de miserie gehad, dat zal ik u subiet nog vertellen.
Hoe kwamen ze bij u terecht voor dat gewaagde project?
Frans: « Omdat ik een durver was en van aanpakken wist. Op mijn vierentwintigste werkte ik voor "Jambes-Namur" al midden in de brousse in Belgisch-Congo. Ik heb daar een brug gebouwd over de Lualaba-rivier, 77O meter lang! De grootste brug die tot dan toe in de Congo geslagen was. Ik had twintig Belgen en driehonderd Congolezen onder mij. Koning Boudewijn is daar ook komen zien. Dat was toen nog de eerste Congoreis van onze jonge koning.
Z'n vrouw Mathilde: « Negen maanden ging Frans wegblijven in de Congo, maar het zijn er negentien geworden. Dat was lang!
Frans: « Bij die werken in de Congo ben ik mijn oudere broer Jan verloren. Die was tweeëndertig en die is vijftien meter diep van die brug gevallen. Hij had drie kinderen... het jongste zes maanden oud. En uw eigen broer moeten begraven in een wildvreemd land, dat is niet gemakkelijk.
Voorzichtig voor de koning
Frans: « Na die brug in de Congo hebben ze me dan gevraagd als werfleider voor het Atomium. En ik heb niet getwijfeld toen ik die maquette zag. Ik heb gezegd: dat steek ik aan!
Wat was uw werk als werfleider?
Frans: « Een werfleider is de baas van alle arbeiders: hij plant het werk, hij verdeelt de taken, en hij zorgt dat het goed wordt uitgevoerd. Een werfleider moet zowel met de architecten en de ingenieurs kunnen spreken als met de arbeiders en de ploegbazen. Op het Atomium stond ik er gans alleen voor: ik moest zowel op de bollen klimmen om het laswerk te inspecteren als de werkuren van de mannen optellen en om de twee weken hun loon uitbetalen.
Met hoeveel arbeiders hebt u gewerkt?
Frans: « De laatste negen maanden toen het werk echt op dreef kwam, waren we gemiddeld met zestig-vijfenzestig mensen. De meesten daarvan waren lassers, monteurs, machinisten (om de katrollen en de lieren te bedienen,jh) en paswerkers. En de helft van die mannen kwam hier uit de Kempen. In het begin bracht ik de mannen nog naar Brussel in camionettes zonder vensters, ze zaten op houten banken die op de ijzeren vloer waren vast gemaakt. In feite was dat al comfort, want veel arbeiders werden naar den travaux gebracht in een camion, met enkel een bache om ze tegen regen en wind te beschermen. Later heb ik dan Mercedesbuskes gekocht om mijn mannen weg te voeren.
In het begin was ik zelf ook nog de chauffeur en om vijf uur-half zes vertrok de camionette naar Brussel en om zes à zeven uur 's avonds waren we terug thuis. Naar Brussel gaan werken was niet simpel in die tijd. Er was geen Boudewijnsnelweg of een andere autostrade in de Kempen, dus je moest via de steenweg, Diest en Leuven, of via de kleinere weg 'binnendoor', langs Westerlo en Haacht.
Van de stille Kempen gaan werken in de grote stad, dat moet een belevenis zijn geweest.
Frans: « Zeker dat het hier nog de stille Kempen was. Eindhout en Vorst, dat waren stille gemeentekes met voornamelijk boerderijkes. Maar in Brussel-Stad kwamen wij bijna nooit. En wij moesten het groot volk niet gaan zien in de stad, het groot volk kwam naar ons! (toont foto) Hier sta ik in mijn débardeurke en naast mij staan Leopold III en prins Albert! Dat was toen we de eerste bipode (= schragend steunbeen) hebben geplaatst. Honderd en tien ton in één keer recht trekken, dat was ongezien in die tijd. Uit heel de wereld zijn er ingenieurs en werfleiders komen kijken.
En Koning Boudewijn! Die is wel zeven keer incognito op de werf geweest. Dan kreeg ik 's morgens telefoon hoe laat hij zou komen, en dan mocht ik niemand!-niemand! verwittigen, zelfs mijn directie niet. Dan moest ik alleen mijn mannen verwittigen, mannen zijt een beetje voorzichtig dat er niks naar beneden valt! En dan kwam Boudewijn daar aan, met zijn botten en in overall, ge zoudt niet zeggen dat hij de koning was.
't Was ook nog een beetje wild waar we moesten bouwen, dat was daar de vlakte van de Heizel, we moesten eerst struiken en bomen wegkappen voor we de funderingen konden leggen en in de hoogte gaan. En nu is het gemakkelijk om in de hoogte te werken. Ze zetten een reuzenkraan en alles wordt door die kraan omhoog getild. Maar vroeger waren er geen kranen om op grote hoogte te werken. Alles werd gebouwd met stalen masten. In de toppen van die stalen masten liepen de kabels en dat kabelnet was dan de structuur waaraan alles met winches, katrollen en lieren omhoog getrokken werd.
Kabelacrobaat
Stonden er veel toeschouwers op de werken te kijken?
Frans: « Oeioeioeioei! Honderden mensen stonden er. En elke dag kwamen er nog bij. Op het einde kwamen ze met heelder bussen en scholen aangereden. Van Vorst (Kempen) is een bus met schoolkinderen gekomen met de burgemeester en de hoofdonderwijzer. Er was ook een onderwijzer bij wie ik nog in de klas had gezeten, en dat was zo iemand die het durfde zeggen en die zag mij boven op het Atomium staan en die zette zijn handen aan de mond: "Frans! Durfde gij van daar naar beneden komen!?" Waarom niet, heb ik geroepen en ik heb mij -afremmend op mijn bottines en mijn handschoenen- honderd en tien meter langs een stalen kabel laten zakken tot op de grond. Ogen dat ze trokken. Ja, ik was van niks bang in die tijd.
Jullie hebben ook nog de strenge winter van 57-58 doorgemaakt.
Frans: « Heel strenge winter! In het Atomium draaien ze een film van een RTB-reporter die ons gevolgd heeft, en daar ziet ge ons bezig in wind en hagel, in sneeuw en ijs. Wij werkten door hé! Er was geen tijd te verliezen. Tijdens de laatste twee maanden sliepen we maar een paar uren per nacht, ik en mijn twintig beste mannen. We kwamen ook niet meer over huis, we logeerden toen in een hotel in Laken.
Moest u uw mannen motiveren? Door bijvoorbeeld te zeggen: mannen, wij werken aan iets historisch.
Frans: « Ha nee! Het Atomium was niet historisch want het ging oorspronkelijk maar zes maanden blijven staan; en dan hebben ze er nog tien jaar bij gedaan en zo verder. Als ik mijn mannen op iets heb gewezen, dan was het de veiligheid: er mocht géén ongeluk gebeuren! Terwijl ik goed wist dat wij qua arbeidsveiligheid zeker duizend keren over de schreef zijn gegaan. In die jaren is dat opgekomen dat ge met een helm en met een zekering moest werken. En wij werkten in het begin zonder helm en zonder ons te zekeren met riemen en een musketon. Het werd later ook verplicht om met stellingen te werken, maar het Atomium is gebouwd zonder stellingen. Mijn mannen werkten "los", staande op de ijzeren balken of klimmend op de bogen waarop ik kleine sporten had laten lassen. Soms werkten ze ook vanuit een houten bak die met een winch omhoog werd getrokken, maar zo'n losse bak die in de wind hangt, dat is natuurlijk minder stabiel dan een stelling. Ik ben feitelijk benieuwd hoe die mannen van nu het aanpakken, dat zal wel anders gaan!"
Helm en harnas
Als ik onder het Atomium sta om naar de "mannen van nu" te kijken, overvalt me de omvang en de hoogte van het Atomium. Vanop de snelweg zie je het staan als in een souvenirwinkel, maar aan de voet zelf is het een stalen gigant met zijn 102 meter hoogte en zijn negen bollen van achttien meter diameter. Damien Magerat, de project manager van de renovatie beklemtoont dat de basisconstructie nog van uitstekende kwaliteit is. "Er is niet alleen een hoge kwaliteit van metalen gebruikt, ik kan ook zien dat men hoge kwaliteit arbeid heeft geleverd. Zeg dat maar tegen die meneer Cools! "
Stefan Nijskens (32) is de werfleider voor de nieuwe 'huid' van het Atomium. Over de werken van 1956-1958 heeft hij foto's en een korte film gezien, en dat zei genoeg: "Gewoon al de uitrusting van die arbeiders. In de winter stonden ze te werken in een ruwe broek, een dikke pull, een velours vestje en een pet waarvan je de kleppen over de oren kon trekken, dat was alles. Nu hebben wij jassen en broeken uit waterdichte Gore-Tex, Kevlar-handschoenen en een helm mét keuringsbewijs. Als het sneeuwde, hielden die mannen een hand voor hun ogen, wij hebben een skibril op. Als zij in de hoogte moesten werken, werkten ze veelal zonder zekering, wij werken nu mét zekeringen en met een veiligheidsharnas dat jaarlijks gekeurd wordt en dat om en bij de 15OO euro kost. Veel geld, maar je léven hangt ervan af! Als die mannen van toen zich toch eens met een touw zekerden, dan hadden zij niet zo'n riemenharnas aan dat heel je lichaam ondersteunt, nee, bij hen zat dat touw alleen maar vast aan één simpele riem rond hun buik."
"Het moet ook een ontzaglijk en intensief karwei zijn geweest om eerst al die torenhoge masten op te bouwen, want zonder die masten kregen ze niks in de hoogte. Nu laat je twee mobiele kranen voorrijden en je kan beginnen."
"Dat die arbeiders zonder stellingen werkten, dat gebeurt nu niet meer. Dat overal opklimmen langs laddertjes, sporten en bogen, dat zou nu als fysiek te zwaar en in strijd met de arbeidsreglementering worden beschouwd."
Frans Cools zei dat hij en zijn mannen het Atomium nooit als "iets historisch" hebben beschouwd. Het moest "maar zes maanden blijven staan."
Nijskens: "Dat is nu helemaal anders. Op vergaderingen krijgen wij constant te horen: "Besef dat jullie werken aan iets dat uniek is in de wereld! Besef dat jullie werken aan Het Imago Van België!" Ik vind het Atomium ook een sterk staaltje. Dat men een constructie met drie zwevende bollen toch zo'n stabiliteit heeft kunnen meegeven, dàt is een prestatie! Ik heb ook het gevoel dat de mensen uitkijken naar het moment dat het weer àf is. Geregeld staan hier omstaanders te fotograferen en nadien komen ze zeggen: "Ik heb het in '58 gezien en ik ben zo content dat het weer gaat blinken. "
Zelfs toen het Atomium in opbouw was, fungeerde het als attractie. Hier als achtergrond bij een promotiefoto van Touring Wegenhulp (bron: AutoTouring)
Vorken en patatten
Terug naar april 1958, Frans: het schijnt dat het Atomium maar op het nippertje is afgeraakt.
Frans: « 's Nachts om twee uur was het af. Maar ik was niet de laatste: overal in de omtrek waren ze nog gras aan het leggen. Héél die Wereldtentoonstelling is trouwens maar nipt af geraakt. De asfaltwegen! Die waren maar de dag tevoren klaar!
Mathilde: « En dan was het 's morgens plechtige opening en Frans, onze twee jongens en ik stonden op de eerste rij. Vlak bij de koning.
Waren uw ouders erbij?
Frans: « Nee. Buiten mijn gezin mocht ik twee genodigden meebrengen en ik heb twee goeie geburen gevraagd. Mijn ouders hebben de Expo en het Atomium zelfs niet bezocht. Die waren niet geïnteresseerd...
Mathilde: « Onze jongens Willy en Romain hebben die dag nogal plezier gehad in die bakskes van het kabelspoor. Heel de dag hebben ze over en weer gezwierd!
Frans: « Ah ja, ik had voor alles gratis tickets.
Zijn er nooit ongevallen gebeurd bij de opbouw? Er gingen toch geruchten dat er acht of negen doden zijn gevallen.
Frans: « Dat is flauwekul. En ik weet van wie het komt.
Mathilde: « Van die Hollander! Laat dien boek 'ns zien met de patatten! (Frans plooit een album open, met foto's waarop hij het Atomium nabouwt met aardappelen en vorken.) Die foto is van die reporter uit Holland. En hij heeft dat vertelsel van die dooien in zijn boekske gezet. Frans: «Het zat zo. Die reporter kwam vragen of hij mij een dag mocht volgen bij het Atomium. En 's avonds wou hij ook wel mee naar ons thuis in Vorst. En daar, op de keukentafel, heb ik de bouw van het Atomium dan nog eens overgedaan met vorken uit de schuif en patatten uit den hof. Dat was allemaal heel plezant, maar een week later verscheen dat artikel en waren er zogezegd àcht doden gevallen tijdens die "gevaarlijke werken". Terwijl er géén enkel ongeval is gebeurd. Met "Jambes-Namur" hebben wij alles gedaan: de constructie, de verlichting, de verwarming, de roltrappen, de installatie van de tentoonstellingsruimtes, en dat allemaal zonder één ongeluk. Maar ja, die ene reporter moést zijn ongelukken hebben zeker.
Mathilde: « Hier zijn in '58 véél reporters geweest. Soms wel drie op een dag!
Frans legt aan zijn twee zonen Willy en Romain uit hoe hij het Atomium in elkaar zet. (Bron: eigen archief Frans Cools)
Frans: « Dat Atomium met patatten en vorken heb ik enkele jaren geleden nog teruggezien in de kranten, het werd gebruikt voor de promotie van de Belgische aardappel, maar aan mij zijn ze niks komen vragen natuurlijk. (wijst op de foto) Mijn twee oudste jongens zitten erbij, Willy (l.) en Romain (r.). Met Romain is later een triestig ongeluk gebeurd. Hij zat in Leuven, was bijna afgestudeerd als licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen, en als praeses zat hij op een avond met een kameraad nog wat te werken in het cafetaria van T.E.W. Omdat het eerder ongewoon was dat er zo laat nog licht brandde, hadden mensen de politie opgebeld, en één nietsnut van een politieagent heeft aan een inbreker gedacht en heeft hem zomaar een kogel in de nek geschoten. Dood! Dat was in 1971. (schudt hoofd) Nog geen tweeëntwintig jaar was die jongen.
Mathilde: « Zoiets meemaken, dat is een groot verdriet!
Duitse nylonkousen
De Expo liep zes maanden en telde meer dan eenenveertig miljoen bezoekers. Zijn jullie tijdens die zes maanden vaak naar het Atomium gaan kijken?
Mathilde: « Elke zondag. En na '58 zijn we daar ook nog heel dikwijls geweest. En toen we vijftig jaar getrouwd waren, heeft onze jongste zoon Marc het kunnen arrangeren dat we konden gaan eten in het restaurant van de bovenste bol. Dat was in '98. De burgemeester van Brussel is zelfs langs geweest!
Frans: « De làtere burgemeester Thielemans was toen nog eerste schepen. Die heeft ons nogal getrakteerd. Wijn! Champagne! En zelf flink mee drinken hé.
Tal van internationale beroemdheden hebben de Expo én het Atomium bezocht. Charlie Chaplin. Walt Disney. Grace Kelly.
Frans: « Ja, ik heb ze allemaal gezien, gesproken en een hand gegeven want ik moest ze bijna altijd rondleiden. Marilyn Monroe heb ik ook rondgeleid. Drie kwartier lang! Die heeft ons bezocht voor de Expo open ging. Ja, met al die beroemdheden kwam ik bijna elke week op de televisie.
Heel het dorp zal daarover gesproken hebben.
Frans: « Nee, daar is feitelijk weinig van gesproken.
Mathilde: « De meeste mensen hadden ook geen tv toen. In het dorp waren er misschien maar drie. In de fietsenwinkel hadden ze er bijvoorbeeld één staan en als Frans 's avonds op tv kwam, dan kwamen ze ons gauw roepen. Maar voor de rest werd daar geen spel rond gemaakt.
Artikels uit die tijd gaan heel vaak over de techniek en de vooruitgang, de wereldverbroedering en de welvaart die alle mensen te wachten stond.
Frans: « Ja, zo waren de gedachten van de mensen toen. En zeker op het vlak van techniek is er nadien veel gebeurd. Kijk naar de atoomenergie. Die ontwikkeling was voorzien, want zeker vier bollen van het Atomium waren gewijd aan atoomenergie. In één bol hebben wij zelfs een kernreactor op schaalmodel geïnstalleerd, een zwààr spel was dat! (Kort na Hirosjima moést "atoom" een vredelievend en vooruitstrevend begrip worden. De atoom-expo's in het Atomium hadden als titel "ATOOM = HOOP" en uit de V.S. kwamen toen tekenfilms als "Walt Disney Stelt Voor: Onze Vriend het Atoom!" jh)
Mathilde: « Maar in eigen huis hadden we toen nog niks. In '58 had ik geen stofzuiger, geen ijskast, geen wasmachine. De mensen die toen naar de Wereldtentoonstelling gingen, hadden veel om naar te kijken natuurlijk. De beste marchandise van heel de wereld was er. Ik heb daar Duitse nylonkousen gekocht, ik heb er nooit geen betere gehad! 't Was nog de goeien tijd. D'r was minder oorlog en de mazout was ook véél goedkoper dan nu.
Bij de keizer van Japan
In 1958 was u een Bekende Belg want toen de KLM op 1 november 1958 een nieuwe 'luchtweg' opende over de noordpool naar Tokyo, zat het vliegtuig vol VIP's en u was erbij als énige Belg!
Frans: « Dat kwam zo. De KLM wilde naast zijn directie en twee Hollandse ministers van elk West-Europees land een 'eminente vertegenwoordiger' meenemen. Van Engeland moest dat iemand uit De Sport zijn, van Italië iemand uit De Film, van Spanje uit De Folklore, van Scandinavië uit de Literatuur, en van België moesten ze iemand van De Arbeid hebben omdat hier de Wereldtentoonstelling en zoveel grote werken waren gebeurd. Er is dan een uitverkiezing geweest, en KLM maakte dan bekend dat ze mij gingen meenemen en niet de grote mannen zoals de ontwerper, de ingenieurs en de architecten van het Atomium. Omdat ik in hun ogen de échte bouwer was. Ja, toen had ge die grote mannen moeten zien, zo'n làng gezicht!
En zo zat ik in dat éne vliegtuig met onder andere de gekende Engelse voetballer Stanley Matthews en met de Italiaanse filmacteur Amedeo Nazarri. Dat is dé man die Gina Lollobrigida heeft opgeleerd! Lollobrigida zelf zat ook in dat vliegtuig, met haar heb ik ook gesproken, maar zij is na Tokyo bijna direct doorgevlogen naar Amerika. Nog een bekende aan boord was Godfried Bomans; die was door de KLM uitgenodigd als verslaggever. Fijne man. Geweldige humorist.
Mathilde: « Daar zijn er al veel dood, van die mensen die mee op die vlieger hebben gezeten.
Frans: « Wat we daar allemaal bezocht hebben in die drie weken. Tokyo! Kyoto! De Fujijamaberg! Hirosjima! Osaka! En overal waar wij uit het vliegtuig stapten, stonden ze te dansen en met vlaggetjes te zwaaien. Iets ongelooflijk. En dan heb ik nog iets uniek meegemaakt. Op een avond zaten we aan een banket met de zoon van keizer Hirohito - die Akihito heette en die nu keizer is- en onder vier ogen nodigde hij mij uit om de volgende dag een bezoek te brengen aan zijn ouders op het paleis. Ik heb dan toelating gevraagd aan de KLM en de zoon van de keizer is mij persoonlijk komen ophalen met zijn wagen. Dat ik op het paleis mocht komen, kwam door Hirohito die fel in het Atomium geïnteresseerd was, en die verder ook een goeie vriend was van het Belgische koningshuis. De pauselijke nuntius in Tokyo , Graaf von Fürstenberg, was daar ook, maar verder was er niemand anders dan de keizerlijke familie en ikzelf. Ik denk dat ik de eerste Belg was die daar is ontvangen. Bij Boudewijn en Fabiola heeft het nog tien jaar geduurd eer ze daar kwamen. Ik denk zelfs dat ze door mij buiten het protocol zijn gegaan, want ik heb moeten beloven dat ik mijn bezoek voor iedereen geheim zou houden.
In Japan zijn er ook grote artikels over mij en het Atomium verschenen. Ik herinner mij dat de president van KLM in mijn hotelkamer kwam, hij liet een engelstalige Japanse gazet zien: "Hier! Een volle bladzijde over Frans Cools en het Atomium! En over mij, de grote baas van KLM, nog niet één regeltje!"
Mathilde: « Ja, Japan, dat is iets speciaal hé. Daar zitten ze op hun gat om te eten. Frans heeft er schone foto's van. (Hij laat er enkele zien.) Ziet ze zitten met hun sokken onder tafel.
Frans: « Dat hadden de geisha's zo bevolen. Die gezelschapsdames hadden de leiding van die maaltijd, die wisten perfect hoe ge u moest gedragen aan de Japanse tafel. Die aten voor, die dronken voor, alles hebben ze voorgedaan.
Wat dacht u? Deze eenvoudige Kempenzoon heeft het toch maar vér gebracht.
Frans: « Ik zal u zeggen zoals het is. Tussen al die ministers en beroemdheden was ik eigenlijk de minste, en toch was ik dé gevierde man. Godfried Bomans is tijdens die drie weken niet van mijn zijde geweken. Stapte ik in een bootje of ging ik ergens aan tafel, dan deden hij, een Hollandse minister en een Hollandse verslaggever àlle moeite om naast mij te zitten. Ze hoorden me graag bezig, zegden ze. Tja, als ge dan uit een familie van boerenwerkers komt, dat doet toch iets.
Koolmijnen en kerncentrales
Het Atomium was voor u slechts een hoofdstuk. In heel België hebt u nadien nog snelwegbruggen aangelegd.
Frans: « Het viaduct van Charleroi! Het viaduct van Polleur nabij Verviers! Het viaduct van Vilvoorde! Wie daarover rijdt, denkt dat het beton is, maar dat is een stalen constructie! En hier, het viaduct van Béez! Vanop die brug heb ik koning Boudewijn gewezen waar de rots van Marche-les-Dames is. Kijk, Sire, dààr is de rots, dààr is uw grootvader gevallen. En de koning verschoot gelijk toen ik dat zei. Béez was iets speciaal voor mij, want terwijl ik met de koning aan het klappen en het doen was, heb ik de zoon van mijn oudste broer voorgesteld. Die werkte daar ook, die heette Boudewijn Cools en ik zei tegen de koning: "Sire. Dit is Boudewijn Cools en hij is uw allereerste petekind." En ja, hij herinnerde het zich nog. (In een gezin met zeven opeenvolgende zonen kunnen de ouders de koning als peter vragen voor hun zevende spruit,jh). En hier, het viaduct van Charlemagne, ook iets geweldig, dat ligt tussen Dinant en Anseremme tachtig meter boven de Maas. Dat zijn allemaal stalen constructies en die heb ik allemaal gebouwd. Overal was ik de conducteur, de leider van de werken. En dat als Vlaming voor een Waalse firma! Dat wil toch wat betekenen. (vouwt plan open van één viaduct ) Zo kan ik nog wel twintig plannen laten zien.
Mathilde: « Als gij die allemaal laat zien, dan is die mens morgenvroeg nog niet thuis.
Frans: « (onverstoorbaar) De brug over de Maas in Luik! De brug over het Albertkanaal in Luik! De brug in Merksem die langs het Sportpaleis en over het Albertkanaal voert! Dat was de eerste brug met een bocht erin in België.
Mathilde: « Als wij ergens naartoe rijden, dan is het: en dat is een brug van mij en dàt is ook een brug van mij. Overal!
Frans: « Als ik een autostrade neem om uit België te rijden, dan kom ik zeker drie van mijn bruggen tegen. En dan spreek ik nog niet over de grote gasbollen van Esso en SIBP in de Antwerpse haven. Of over de grote ophaalbrug van het Zevende Havendok. Of over de portaalkraan van Cockerill Yards die ge in heel Hoboken ziet staan. Bruggen, viaducten, scheepswerven, ik heb het allemaal gedaan.
En dan nog mijnschachten ook.
Frans: « In de Borinage! In Limburg! Zwartberg, Beringen, Winterslag! Overal heb ik in de jaren zestig en zeventig grotere schachten over de bestaande oude schachten gebouwd. Dat moest altijd in een mum van tijd, dat was elke keer dag en nacht werken, zonder te stoppen. En ge zult zeggen, dat is de oude steenkool, dat is niet modern, maar ik heb ook het SCK in Mol en de atoomcentrale van Doel 1 en Doel 2 gebouwd! Plus Tihange 1 én Tihange 2! In zo'n kerncentrale zitten duizenden kilometers laswerk.
Het kan niet anders of u was als kind een knutselaar.
Frans: « Knutselen? Dat kenden wij niet. Een meccano? Dat bestond toen niet. Het enige met stokken en wielen was de kruiwagen van ons vader en daar kondt ge mee door den hof lopen, dat was àlles!
Ik zal u nog wat vertellen. In Doel 2 is mijn broer Joseph naar beneden gevallen. Drieëntwintig meter diep, van de ene stelling slagend op de andere, en zo tot op de bodem van dat reactorvat. Niks gebroken, alleen wat ribben, en ja, zijn nek was eigenlijk ook geknakt maar juist niet gebroken. Twee jaar is hij thuis moeten blijven, maar nadien is hij nog tien jaar met mij mee gaan werken als eerste man (=ploegbaas)!
Oud ijzer
Bron Humo.be/ Digital images/ Thomas Legrève
Frans: « Vanaf 1956 heb ik ons land écht zien opkomen. Dertig jaar lang was er precies alleen maar vooruitgang. Het ene viaduct was nog niet af of ik moest al aan een ander beginnen. De ene mijnschacht was nog niet klaar of ik moest al elders beginnen bouwen. Maar in de jaren tachtig kwam de mot in die vooruitgang.
De snelwegbruggen en het Atomium staan er nog. Maar "uw" scheepswerf en de steenkoolmijnen zijn intussen opgedoekt. Doet dat pijn?
Frans: « Het is vooral heel spijtig voor de mensen die daar hun werk hadden. Voor hen moet dat zeker pijn doen. Maar d'r is niks aan te doen hé. Hoeveel industrie is er in België al niet dicht gegaan? Zelfs ons bedrijf "Jambes-Namur" is in '87 ook dicht gedaan. Een bedrijf waar ooit zeshonderddertig mensen werkten. De staat bezat 51% van de aandelen en ineens zag de regering Martens er geen brood meer in en de poort ging dicht.
De laatste dertig jaar was het Atomium veel van zijn glans verloren, letterlijk en figuurlijk.
Frans: « Ja, ze hebben er jàren niet naar omgekeken. 't Was triestig om zien hoe die bollen d'rbij stonden. Ik ben blij dat ze nu met de renovatie bezig zijn (geschatte kosten: 28 miljoen euro,jh) . Ik ben ook uitgenodigd om ernaar te gaan kijken samen met Guy Cools. Hij is de inspecteur-generaal voor de Vlaamse Gemeenschap wat betreft metaalconstructies en... zijn vader is mijn jongste broer die getrouwd is met de weduwe van die broer die in Kongo verongelukt is. Zo komen de stukskes van de puzzel toch weer samen.
De stukken aluminium van de bollen worden vervangen door inox dekplaten en de VZW Atomium verkoopt duizend van die oude platen -mét certificaat- voor duizend euro per stuk. Zou jij zo'n stuk willen kopen?
Frans: « Dat ziet ge van hier! Wie wil er nu veertigduizend frank betalen voor nog geen twee vierkante meter van die ouwe aluminium?! En zo willen ze duizend van de negenduizend platen verkopen. Je moet maar durven, commerce doen met die ouwe brol.
Spreken de mensen u nog dikwijls aan over het Atomium?
Frans: « In het dorp niet zo veel. Maar in '98 toen de bollen er veertig jaar waren, heb ik het ereburgerschap van de gemeente Vorst-Laakdal gekregen en toen zijn er wel wat kranten en tv geweest. Op VTM ben ik zelfs te zien geweest in het programma Wie van de Drie: de jury van Bekende Vlamingen moest raden wie de échte Atomiumbouwer was, maar alleen Goedele Liekens had op mij gestemd.
Mathilde: « Die zei dat ze op u stemde omdat uw kletskop even hard blonk als de bollen van het Atomium vroeger (lacht).
Frans: «(mijmerend) Ge hebt met koningen en keizers aan de tafel gezeten, maar wat zijt ge d'rmee? Niks. Ik ben nu ook maar een gepensioneerde met zijn medaille, zijn doos foto's en zijn herinneringen.
Mathilde: « Zo gaat dat bij iedereen. Wie niet meer werkt, die wordt niet meer geteld.
Frans: « Och, ik zoek die bekendheid zo niet. Maar wat ik wel spijtig vind is dat mijn foto nergens hangt in heel dat Atomium. De ontwerper, de architect en al de grote bureaumannen hebben hun foto daar, maar van mij is er niks.
Mathilde: « Onze twee namen staan toch boven, op één van die 'arcen'?
Hebben ze dat daar gegraveerd?
Mathilde: « Neenee. Wij zijn dat dat daar zelf stillekes gaan opschrijven. Met een dikke stift.
M’n cadeau voor Frans bij zijn 90ste verjaardag. (c) jh