Zomer zonder Werchter (3): the day after
De stilte nà de storm : “Ooievaars van Planckendael komen op de campingweides een smoske eten.”
Humo 6/7/2010 - licht herwerkt - © Jan Hertoghs
Werchter. Een bom decibels, rondzwervende petflessen, smeulende plasticvuurtjes en diepe remsporen in te lang gedragen onderbroeken. En na die paddestoelwolk is er the day after. Met een groteske fall-out aan afval, dat spreekt. Vandaar onze zeer interessante vraag: hoe ziet de wereld eruit als Werchter niet langer het centrum van de planeet, maar terug de deelgemeente van Rotselaar is? We vroegen het aan ingewijden.
Hun relaas over verstoorde biotopen, ooievaars die fastfood eten en schattenzoekers die veel geld en gsm's vinden.
Maar we beginnen met de aftocht en de zeer stille trom van zondagnacht en maandag.
Johan "zit" al zeer lang op Werchter en hij heeft all areas in de security gestaan. Hij kent de "droeve aftocht" op maandag, ze inspireert hem zelfs tot historische vergelijkingen.
"Het einde van Werchter heeft veel te maken met het weer. Als het goed weer is, slentert men naar huis, het mag nog wat uitbollen. Maar als het hard geregend heeft, dan wordt er geen seconde gewacht na de laatste muzieknoot. Men is moe, men is nat en meer dan negentig procent snàkt naar de uitgang en naar huis.
En ja, elk jaar heb je die kern van weerbarstigen die niet naar huis wil. Zo van: wij zijn hier en wij blijven hier. De sweepers maken dan een lange rij, ze schuiven langzaam op, en zo schuiven ze die hardnekkigen naar de uitgang. Ik moet zeggen, de laatste jaren wordt die kern harder en harder, het komt soms tot fysiek geweld met de security.
En dan is het maandagmorgen en dan begint de aftocht van de campingweiden, een aanblik die mij elk jaar met deernis vervult. 't Is als de terugtocht uit Rusland, van de soldaten van Napoleon. Dat is geen stappen meer, dat is sloom sloffen over de baan, met hier en daar zelfs een mankepoot en een trekkebeen. Die rugzakken hangen schots en scheef op de schouder, de slaapzakken, matjes en tentjes zijn maar half opgerold en ingepakt, dat is één en al doffe plunjezak dat zich naar het openbaar vervoer beweegt.
Een levensgroot verschil met de euforie en de dadendrang van donderdag! Dat is de éérste dag, dat borrelt en spettert, dat wil zijn energie kwijt in een catharsis na de examens, dat is champagne die vanonder de stop komt geschuimd. Alles kan! Alles mag! En laat ons vooral roepen en brallen en zuipen! Met de security kamperen wij achter de backstage. Ik herinner mij zo'n eerste nacht, de muziekoptredens waren al een uur gedaan, ik stond nog even naar het uitspansel te kijken, en in de verte hoorde ik die campings, en uit die warme nacht kwam één woeste, langgerekte schreeuw. En ik dacht: zo moet het ook in Rome geklonken hebben toen de vandalen de stad in brand staken (lacht). Eén groteske uitbarsting, één wilde euforie van bevrijding.
Maar dan is het Monday, monday, de dag van de algemene metaalmoeheid en dat zie je op de gezichten: na vier dagen heeft die "anarchie" lang genoeg geduurd. Die aftocht heeft ook dat wrange droefgeestige van iets dat onherroepelijk voorbij is. Er is dat doffe besef, back to reality, back to mama en papa. Maar toch ook wel, oef, eindelijk terug naar ons baddeke en ons beddeke."
GVA 9/7/2013
Plectrum en meloenschil
Swiffer1 is vertrouwd met de eerste opkuis in de laatste nacht van het festival."Dat is een slagveld. Langs die hoofdbaan is dat een zee van plastic bekers, wegwaaiend papier, platgetrapt blik, kleren ook, en kapotte en hele stoelen die de mensen hebben achtergelaten. Wij schieten dan diezelfde nacht in actie met een schoonmaakploeg en omdat we allemaal jonge gasten zijn, komen ze met je lachen. Stoemerikken! Wie staat er nu te wérken! Ge moet u amuseren! Maar dan zeggen we dat wij vijftig euro per uur betaald krijgen, of dat wij gedetineerden zijn die een werkstraf moeten doen, en dan laten ze je met rust.
Zelf heb ik nog niets van waarde gevonden, maar vorig jaar deed ik de opkuis van de wei en toen kwam ik een gast tegen die twee portefeuilles had gevonden met in totaal driehonderd euro. Hadden wij die gevonden, dan hadden we ze terug bezorgd, maar hij heeft ze bijgehouden."
Swiffer2 doet al vijf jaar de "opkuis", te beginnen vanaf maandagmorgen acht uur. Het is zijn vakantiewerk.
«Dat is een speciale aanblik, al dat plastic dat ligt te glinsteren in de zon. We werken met een gritsel (lichte rijf), zo trekken we alle afval op hopen en dat stoppen we in zakken. Wij vinden veel kapotte zonnebrillen en soms kleren: kapotte t-shirts, of een verloren sandaal of schoen.
Af en toe vind je ook een gsm, maar dan een gehavend mode: over de cover en het scherm hebben ze vier dagen overheen gelopen. Boeken hebben we nog nooit gevonden. Het lastigste zijn de meloenschillen! Die krijgen we slecht geveegd, die zijn vettig en zwaar, daar schuift onze gritsel overheen.
Als het geregend heeft, is het zwaar werk. Want dan zijn al die kapotte bekers, blikjes en flesjes half in het slijk gedrongen, dan is het constant bukken om alles uit de modder te plukken.
Of het die maandag stil is op die wei?! Absoluut niet! Dat is één af- en aanrijden van heftrucks, camions, kranen en bestelwagens, en overal klettert het van de stellingen die ze afbreken. Dat opkuisen is ook nooit gedaan. Telkens als ze een houten vloer of een stand afbreken komt er weer een pak vuil vrij. En dan gaan we daar gelijk op af zodat het zich niet opnieuw kan verspreiden over de wei.
Tegelijk met de wei zijn er de ploegjes die de grote wegen doen. De campings proberen we vanaf woensdag zo proper mogelijk te maken. Doel is dat Werchter en omgeving er na drie dagen terug normaal uitzien, maar eigenlijk zijn we twaalf dagen voltijds bezig. De eerste dag met zestig man, de tweede dag met veertig en na twaalf dagen nog altijd met een man of tien. Of ik ooit iets bijzonder vond tussen al dat afval? Frontstage kan je al eens een plectrum vinden en backstage heb ik het polsbandje van de drummer van Rammstein opgepikt. Dat souvenir heb ik mee naar huis genomen. "
DM na Pukkelpop 20/8/2013
Brandjes blussen
Luitenant Hugo Van den Eynde en zijn brandweermanschappen zorgen voor verkoeling op hete dagen en ze verdelgen ook manmoedig de wespennesten in de buurt van opgeschrikte campinggasten. Hij staat al jaren op Werchter-brug en vandaar overschouwt hij de maandag: "Die eerste aanblik? Eén grote puinhoop. Eén grote afvalbelt. Maar dat is ons werk niet. Ons werk is het blussen van brandjes op de campings. Nogal wat gasten zijn te lui om hun gerief ook weer naar huis te nemen en dan steken ze dat algauw in brand. Als de campingverantwoordelijke zo'n vuurke ziet, en hij krijgt het zelf niet gedoofd met zijn snelblusser, dan worden wij verwittigd en gaan we met de spuitwagen ter plaatse. Wat ze opstoken? Alles! Campingstoelen, kleren, grondzeilen, tentzeilen, petflessen, etensafval, en natuurlijk zit daar heel veel plastic en synthetische kunststof bij. Ze stoken die rommel op en ze vergeten dat daar nog tentjes staan waar mensen liggen te slapen. Drie vier jaar geleden is dat een keer uit de hand gelopen. Dat vuurtje was uitgegroeid tot een vuur van wel vijftien meter hoog. Wij konden eerst niet op die wei, de brandstokers hielden ons tegen, en toen is de politie d'rbij moeten komen om ons toegang te verlenen."
Geen uitvaart tijdens festival
Hoe ziet de pastorale wereld eruit in dit deel van het Hageland? Op zaterdagavond is er in Werchter géén eucharistieviering "wegens de grote drukte op straat". Op zondagochtend "slapen de meeste festivalgangers nog" en kunnen de kerkgangers alsnog de zondagsdienst bijwonen "via een kleine aparte ingang". Maar op maandag kan er bijvoorbeeld nog niet begraven worden. Aalmoezenier Karel Vandervoort is de priester die voorgaat in de kerk van Sint-Jan Baptist.
«Tja, die jaarlijkse grote trammelant! Die is met de tijd gereglementeerd en gefatsoeneerd, maar die heeft zo zijn gevolgen. Maandag was er een sterfgeval in Werchter. Dan kan je in principe op zaterdag de uitvaart doen, maar nu moet de familie wachten tot dinsdag na het festival. Om de eenvoudige reden dat je al vanaf woensdag speciale toegangsbewijzen moet hebben om het dorp in- en uit te geraken. Dat is voor een begrafenisaannemer niet doenbaar om al die familieleden van zo'n bewijs te voorzien. Maandag zou theoretisch ook kunnen voor zo'n uitvaart, maar dat is nog teveel de dag van de Grote Rotzooi. Op dinsdag is het centrum hier proper en dan kan de begrafenis plaats vinden. Pas op, ik zeg niet dat dinsdag een rustige dag is, want eigenlijk zitten we in de opbouw naar de volgende zaterdagavond, dan is het weeral festival, de Werchter Classic. Ach ja, dat is maar één avond. En met een heel ander publiek. Dan ziet u ineens al die bezadigde ouderen. Ze zijn hun wilde jaren én haren kwijt. Maar ze komen nog naar hier, uit heimwee naar vervlogen tijden. Ze komen zelfs met de Mercedes en de Jaguar!"
En nee, er zijn nog geen jonge gasten of bezadigde ouderen wiens laatste wens het was om in Werchter begraven te worden.
Flora en fauna
Werchter ligt nabij de Demer- en de Dijlevallei en op een kruising van drie landschapsgebieden: de zanderige Brabantse Kempen, de Hagelandse heuvels en de leemhoudende teeltgronden richting Tienen. Van de les geografie weten we dat dit een rijke diversiteit aan flora en fauna zal opleveren! De gemeente heeft zelfs een Rockweide-Wandeling bewegwijzerd. Maar Luc Vervoort (Natuurpunt Oost-Brabant) is niet zo enthousiast over hoe de natuur erbij ligt nà juli en na jaren van festivals.
"Vroeger hoorde de festivalwei tot het Werchters Broek en in zo'n vochtig gebied vond je een grote soortenrijkdom, maar dat is gedaan. Als jij als natuurwandelaar in augustus op die wei komt, dan vind je daar alleen nog de typische tredvegetatie. Dat zijn een paar planten die zich aangepast hebben aan die verdichte bodems met ongunstige lucht- en waterhuishouding. Zeg maar: het soort armtierige plantengroei dat je ook vindt op plaatsen waar teveel koeien in een kleine wei staan. Op zo'n intensief belopen bodem kunnen alleen maar enkele grassen en onkruiden groeien.
Het is ook een bodem die extreem aangerijkt is met vloeibare en opgeloste afvalstoffen, zoals menselijke urine en vergane etensresten. Het zou wel interessant zijn om te weten of het mestdecreet even streng is voor Werchter als voor de landbouwers? Hoe dan ook, die "overbemesting" is niet goed voor de diversiteit aan plantengroei. Op de gronden waar men regelmatig maait, heb je nog wat grassensoorten, maar op de plekken die gelaten worden voor wat ze zijn, krijg je een wildgroei van netels en distels. Dat is de flora die welig tiert rondom de weide en nabij de campings. "
"Enkele jaren geleden was die festivalweide nog natuur- en landbouwgebied. Dat is dan omgezet in recreatiegebied, maar eigenlijk klopt er iets niet met die bestemming. Er is alleen maar recreatie als er optredens zijn, wat eigenlijk een versmalling is naar pure commerciële recreatie."
GVA 8/7/2014
Biotoop overhoop
"Welke vogels je op die wei kan zien? Vooral kraaien en eksters en andere opportunistensoorten die zich aanpassen aan de omstandigheden. De campings, dat is een verhaal apart, omdat ze de laatste jaren zo zijn uitgebreid. Een aantal ligt midden in natuurgebied en daar hebben de vogelsoorten toch stevig te lijden. Men begint die locaties al vroeg te maaien, zo rond midden juni, en dan zijn daar nog een aantal grondbroeders en die zijn hun kroost kwijt natuurlijk.
Die campings, dat waren vroeger overwegend natte broekgronden en verlaten beemden met canadabossen, en ineens konden die eigenaars een mooie cent verdienen door die "slechte wei" te verhuren als kampeerterrein. Dat dagenlang kamperen heeft toch wel een grote impact op de natuur. Het gaat om tientallen hectaren waar het elf maanden stil is en waar de biotoop van die vogels ineens op zijn kop wordt gezet door een massa mensen en lawaai. In het struikgewas en de bomen nestelen nog laat enkele vogels en sommige zijn in juli nog hun jongen aan het voeren. Door die drukte op de campings gaan ze schuw weg blijven van hun nest, die jongen gaan geen of te weinig eten krijgen, en dan is het ermee gedaan. Men hoort niet graag die kritiek, maar voor die vogels en natuurgebieden is toch weinig respect van de organisatoren."
Ooievaar met smos
En wij die dachten dat Werchter een trekpleister was voor onze gevederde vrienden! Meerdere omwonenden hadden immers ooievaars gesigaleerd! ("Vorig jaar heb ik ze nog gezien. Vier ooievaars tegelijk, op de parkingweide. Ze waren duidelijk naar etensafval aan het zoeken. Ik verschoot. Ge verwacht zoiets niet in Werchter. Maar nu blijkt dat ze van Planckendael komen.")
Een andere ingezetene verklaarde dat hij in Werchter het hele jaar géén meeuwen ziet tot het begin juli is: "Hoe ze het te weten komen, weet ik niet. Maar met het festival zijn ze massaal op post. En ze blijven een paar dagen rondhangen en ze eten de etensresten die op de campingweiden achter blijven. Oud brood, restjes barbecue, meloenen, geef dat maar aan de meeuwen!"
Vervoort: «Ja, meeuwen zijn natuurlijk niet schuw. En wat die ooievaars betreft, die zie je inderdaad nog tot een flink eind in juli. En ze komen wel degelijk van Planckendael. Vaak jonge vogels die al in hun park naar eten gescharreld hebben en die dus in de nabijheid van mensen zijn opgegroeid. Een ooievaar is een opportunist. Die heeft leren samenwonen met de mensen. Het is ook bekend dat een deel van de West-Europese populatie niet meer in Afrika overwintert. Ze blijven in Spanje en Portugal rond de stortplaatsen hangen. En ja, dan is Werchter voor hen gewoon een park annex "stort" dat ze dan ontdekken in de dagen na het festival. En dat leren ze vlug natuurlijk, dat ze in het gras een broodje smos makkelijker te pakken krijgen dan een kikker."
En mocht je je afvragen waarom je alleen door wespen en nog nooit door een bij bent gestoken op de wei: hier is het antwoord van onze imker met kasten op anderhalve kilometer van de muziekzwerm: "Je zal daar geen bijen zien, want bijen komen niet af op stroperige frisdrank of zoet voedsel. En daarbij: bijen zijn gevoelig, die blijven weg van plaatsen waar lawaai is. Ze verdragen dat niet, zo'n hevige luchttrillingen. Als de boeren vroeger een wilde zwerm bijen annex koningin in een korf wilden drijven, dan namen ze potten en pannen en dan rammelden en klopten ze zolang tot die zwerm beschutting zocht in die korf. "
Rattle and hum!
GVA 6/7/2010
Twintig bankkaarten
Ooievaars pikken naar fast food, maar ze zijn niet de enige scharrelaars in Werchter. Je hebt ook de amateurs met de metaaldetector. Twee à drie dagen later duiken ze op, en sommigen komen nog tot weken nadien de weide afschuimen. Franco B. komt al dértig jaar naar Werchter. Hij kent de weide als andermans broekzak.
«Ik ga meestal twee of drie dagen later. Dan kan je proper zoeken, dan is het grootste deel van het afval al opgeruimd. Voor ik de wei betreed, vraag ik altijd de toestemming. En die krijg ik ook. Omdat ze mij kennen na àl die jaren, en omdat ik niet alles bijhoud wat ik vind.
Wat ik zoal vind? Kettinkjes, juweeltjes, uurwerken, gsm's... Dat valt zomaar niet op de grond hé, dat komt door het springen en zot doen. En wij hopen altijd dat het één dag mag regenen tijdens het festival. Want alles wat men verliest, verdwijnt dan in de modder. En dan zijn wij de enigen die het terug kunnen vinden.
Geldstukken en muntjes, dat vinden wij à volonté. Nu zijn dat euro's, maar vroeger vonden we munten uit heel Europa. En heel vreemd, daar waren zelfs guldens bij. Een Hollander zit dus niet honderd procent OP zijn geld (lacht). Hoeveel geld wij vinden... dat hangt af van festival tot festival. Onlangs ben ik gaan zoeken, 's avonds na het Beach Festival in Oostende, en toen had ik op drie à vier uur honderdtwintig euro bij elkaar. En acht grote blikken Jupiler! Weggestopt onder het zand.
Maar zoals gezegd, ik hou niet alles bij. Vorig jaar heb ik op Werchter zeven gsm's gevonden en ik heb ze alle zeven afgegeven bij de Verloren Voorwerpen. Vaak is dat ding stuk, maar dan hebben ze de simkaart toch terug. Bankkaarten! Dat kunt ge u niet voorstellen hoe vaak die verloren worden! Vorig jaar had ik er wel twintig, en ik heb ze alle twintig afgegeven. Daar heb ik zelfs geen detector voor nodig, die zie ik liggen met het blote oog. Een ander ziet alleen iets van plastic, maar onze ogen zijn veel harder getraind op alles wat waarde heeft.
En sleutels breng ik ook allemaal terug! Het zou toch spijtig zijn dat daar ergens een fiets of een brommerke op slot staat, en dat die jong ocharme daarmee niet verder kunnen rijden.
Of ik ook op de campings zoek? Daarvoor ben ik minder te vinden, want daar blijft de rommel en afval langer liggen dan op het festivalgedeelte. Jong, ge kunt u niet voorstellen wat daar achter blijft! Volledige tenten, frigoboxen, flessen bier, vorken, lepels, dat steekt daar allemaal in het gras. Spijtig dat ik het moet zeggen, maar dàt is de jeugd. En ik zal u nog iets vertellen. Ik ken de uitbater van zo'n camping. En die zei me vorig jaar: Franco, al wat gij oplaadt, dat moet ik niet meer opruimen. En dus reden een vriend en ik met twee lege remorquen tot daar en wij zijn met twee volle bakken terug gekomen. We hebben niet alles kunnen opladen, het was teveel! Dat gelooft gij niet wat daar nog ligt! Spiksplinternieuwe tenten, niet eens opengedaan! Nieuwe grondzeilen! Nieuwe barbeques! Volle zakken houtskool! Goed luisteren hé. Ik heb dat niet nodig! Ik doe dat niet voor mijn profijt, ik doe dat om aan anderen uit te delen. Maar dat is werkelijk zonde wat daar allemaal achter blijft!"
NAWOORD: Tot 2018 werd er elk jaar nog zo’n 40 à 50 ton afval achtergelaten, waaronder veel tenten en grondzeilen. In 2019 werd er nog meer en uitvoeriger gesensibiliseerd. Aan de campinggasten werd gevraagd om hun tenten (én ook hun opblaas-zwembadjes) weer mee te nemen. Er zou “een pak minder afval “zijn geweest. Maar in geen enkele krant was een exact cijfer te vinden in de weken daarna. Op Tomorrowland (editie 2019) werden na het eerste weekend alleen al 5000 slaapzakken achtergelaten op het terrein.