<k> Voetnoten langs de weg: achter de schermen van de zelfgeknutselde wegwijzers

Het is juli, het is zomer, en dat is traditioneel de periode dat de landman de vrucht van zijn arbeid aanbiedt naast de weg. Dit jaar zal hij meer klandizie hebben omdat meer mensen corona-vakantie nemen in eigen land, en ook meer mensen de supermarkten mijden waar groenten en fruit "door de handen van iedereen zijn gegaan".

Averbode © Jan Hertoghs

Averbode © Jan Hertoghs

"Ik zit soms dagen op klanten te wachten. In het weekend kopen de mensen geen eieren. Als het regent ook niet. En als het schoon weer is evenmin."

 Er zijn wegwijzers naar Brussel en Maldegem, naar containerpark Leeuwerik en restaurant Cappuccino. Maar er zijn ook wegwijzers naar nieuwe aardappelen, scharreleieren, legkippen, fokstieren en een tweedehands waterval. Het zijn de wegwijzers naar de zeer kleine kleinhandel met een vaak ontroerende eenvoud qua verfwijze en spelling. 

uit Humo augustus 2014 - herwerkt en ingekort- © Jan Hertoghs

Het is juli en volop zomer. Met de driekleur nog alom, want de Duivels zitten nog in de aanloop naar de WK-kwartfinale.

In Borsbeek (7 km buiten Antwerpen) tref ik mijn eerste wegwijzer, naar een Tomatenautomaat. De weg heeft de breedte van één auto en ik zal dit soort smalspoor nog vaak tegenkomen: het leidt naar een achterland, de typisch Vlaamse overgangszone tussen landelijk wonen en landbouw-op-z'n-retour. Met een amalgaam aan nieuwbouw, paardenweides, golfplatenschuren en hardbewerkte moestuinen. Ik kom bij een grote serre, er schalt een radio tegen het glazen plafond, en de automaat geeft tomaten, paprika's en wisselgeld terug. De tuinbouwers zelf zijn nergens te zien.
Op de terugweg bekijk ik mijn eerste wegwijzer nog eens uitvoerig en maak notities. Wat meteen de argwaan wekt van een  wielertoerist. Die achterdocht zal me blijven vergezellen. Toon belangstelling voor die mini-mercantiele wegwijzers, en je zal bekeken worden als een controleur van de belastingen. 

Vremde © Jan Hertoghs

Vremde © Jan Hertoghs

In Vremde zijn Scharreleieren Te Koop. Het bord is een voorbeeld van schilderen met het blote oog. Na de royale SCH heeft de auteur gemerkt dat zijn plankje te kort is, hij is de ARREL dan gaan verkleinen, om bij EIERE toch weer ruimer en groter te gaan, gevolg: op het einde is er nog amper plaats voor de N. Ook deze letterkundigen zijn niet thuis. Scharreleieren koop je blijkbaar op scharreluren, tijdstippen die je zelf maar moet uitzoeken.
Ik zie zaken die ik nooit eerder zag. Nabij een boomgaard en een  bord met Kersen & Krieken, hangen mannen acht meter hoog aan een galg. Het zijn vogelverschrikkers, manshoge gele jekkers op een skelet van stokken die heen en weer zwaaien in de zomerwind. In het koele achterhuis met de houten kistjes vertelt de vrouw dat ze alles al geprobeerd hebben tegen de spreeuwen: linten, ballonnen, blinkende cd's, kanonnekes, "en zelfs harde radiomuziek, maar niks helpt, na twee dagen zijn ze terug."
Ik zal haar niet gauw vergeten. In krijt schrijft ze de getallen van mijn aankopen op de bodem van de bascule, elk cijfer zingt ze en de optelling maakt ze ook al zingend. Het moet le temps des cérises zijn.

Legkiekens
In Berlaar-Heikant zijn ze wel thuis bij het bord Scharreleieren. Ik informeer uitvoerig naar ras, afkomst en leeftijd van de legkippen. Het blijken "gewone legkiekens" te zijn: witte, zwarte en bruine. Een legkieken legt drie jaar, dan is het Schluss, maar van zijn vader (de Jos) mogen ze hier op pensioen gaan, dat heet: "blijven rondlopen tot ze doodvallen". Ik stel zoveel vragen dat de man op de duur wel moét voorstellen "of ik de kiekens wil zien".
We wandelen langs de goudvissenvijver, de slabedden en de gladiolen, en zo komen we bij de uitgestrekte scharrelweide van de dertig kippen. Plaats zat! Dit is een landerij voor een paard en een koe, dat krijgen die pluimdieren bij leven niet omgescharreld. Bij het hek staat de emaillen braadpot waaruit de kippen drinken. Kippen zijn de meest beschaafde drinkers die er zijn. Hoe ze de bek bedachtzaam in het water dopen en dan de kop zachtjes tillen om dat water neerwaarts te klokken. Ik kan er uren naar kijken. Er valt al een vroege peer van de boom, een doffe plof in het rustige gras.  De zes eieren kosten negentig cent, en na betaling klinkt het: gij zij mercikes! En dat de eieren mij mogen smaken. Zo is deze kleinhandel, een aankoop gaat vergezeld van beleefdheid en goede wensen.
Terugkomend door Borsbeek is er een mini-wijzer naar het avondfeest van de trouwers Sofie en Bjorn. Proficiat alsnog Sofie en Bjorn. Was het zaterdagavond geweest, ik was de pijlen gevolgd en binnengegaan. Niks zo fantastisch als incognito meefeesten op een feest met allemaal onbekenden.        

Nabij Zandhoven © Jan Hertoghs

Nabij Zandhoven © Jan Hertoghs

Illegale constructies
De bebouwde kom van Lille begint met twee borden: Scharreleieren Te Koop en Konijnen Te Koop. De vrouw komt met gekruiste armen naar het hek, altijd een goed teken dat de antwoorden beknopt zullen zijn. Zij en haar man zijn gepensioneerd en die verkoop, "da's maar een hobby, meneer". Het konijnenbord staat normaal op een paal, maar het is eraf gewaaid en "zeggen gelijk het is, we zijn te lui om het terug te hangen". Zo'n bord doet soms kopen. "Ge hebt gezinnen die dat zien en ineens stoppen voor een dwergkonijntje voor de klein mannen." Ik vraag of ze een vergunning hebben voor die plakkaten, want dat ik gehoord heb over een strenge administratie terzake. Ze zegt dat die zelfgeschilderde borden "ook maar een hobby zijn". Wat moet volstaan als wettelijke argumentatie. Maar meteen toch ook de wedervraag of ik soms van de staat ben? Of ik soms die borden kom weghalen? Ik zeg dat ze niet ongerust moeten zijn, want dat ik journalist ben. De wedervraag kan niet onbevangener zijn: of mijn bezigheid soms ook een hobby is?
Ik zal de argwaan nog vaak tegenkomen. Die is gevoed door de zomer van 2013. Toen maakte het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) bekend dat ze streng zou optreden tegen de "onvergunde bewegwijzering". Elk bord dat in de berm van een gewestweg staat en dat naar horeca, groentewinkels, of andere handel verwijst, moet een vergunning hebben. Zoniet, dan volgt een PV en de verwijdering van de illegale "constructie". 
De borden en wijzers waarvoor ik stop, staan vooral in voortuinen. Op die privégrond lijkt het alsof er geen vergunningsplicht is, maar de woordvoerster van AWV is formeel: "Ook op privégrond moet zo'n bord vergund zijn. Voor elke constructie -hoe klein ook- moet een stedenbouwkundige vergunning worden aangevraagd bij de gemeente".Is het privégrond langs een gemeenteweg dan kan de gemeente de vergunning leveren. Is het privégrond langs een gewestweg, dan moet de gemeente advies vragen aan AWV. Wat erop neerkomt dat haast alle borden in deze reportage illegaal zijn. Niemand van mijn geïnterviewden had ooit een vergunning aangevraagd. Onder het Belgische motto: "als je niks aanvraagt, kunnen ze het ook niet weigeren".

Fuifplakkaat
Van gemeentebesturen hoor ik dat ze die seizoensborden van aardbeien en aardappelen wel willen gedogen. Maar dat ze strenger optreden tegen borden die activiteiten aankondigen. De eigenhandig geschilderde plakkaten voor fuiven, motorcrossen en ruitertornooien zorgen "voor een verrommeling van het landschap", anders gezegd: "die krakkemikkige huisvlijt, die moet eruit."
Ik ben voor een lichte verrommeling van het landschap. Van mij mogen fuifplakkaten in de koeienwei. Immers, als de Vlaamse overheid zelf bewerkstelligt dat er een wildgroei is van drie miljoen verkeersborden langs de weg, dan moet ze niet de vinger heffen als er in de berm een vierkante meter triplex-met-verf verschijnt.
Daarom ben ik blij in Koningshooikt, blij met het volstrekt illegale Beach Party-bord van de lokale Chiro. Het staat in een open wei pal naast een drukke gewestweg en het roept de passanten toe met vrolijke spuitbuskleuren en frisse sjablonen.

© Jan Hertoghs

© Jan Hertoghs

Een authentiek fuifplakkaat keert ook elk jaar terug. Na overwintering in een kelder hoeft alleen de datum te worden  aangepast met een onhandige overschildering.
Maar je ziet deze verfpiraten minder en minder. Elke zich respecterende en dus over-reglementerende gemeente heeft immers hààr deftige oplossing: in het centrum zetten ze een raam waar vier gelijkvormige borden in passen, en elke vereniging kan binnen dat "format" haar activiteit aankondigen. Brave, uniforme, saaie communicatie. 

Boerenautomaten
Het is m'n tweede namiddag, en vreemd hoe weinig wijzers er zijn  tussen Lille en Mol. Enkel buiten Kasterlee tref ik een pijl naar een aardappelautomaat. De betonwegel leidt over De Wamp, een rivier die ik nooit eerder ben overgestoken. Zeker anderhalve kilometer ver leiden de pijlen, tot bij de autobanden die het veevoer afdekken en de linde die schaduw geeft aan een bungalow. Daarin staan zestien inoxkastjes met aardappelen. 10 kilo nieuwe aardappelen kosten 5 euro. 50 cent per kilo is dan nog een 'faire' prijs. In juli zakte de prijs van de nieuwe aardappelen naar  anderhalve eurocent per kilo. Zo is dat in Europa waar een boer slechts kringloopwinkelprijzen mag vragen voor voedsel.
Vroeger verkocht Dirk aan de deur en had hij een ouder publiek, "dat kwam om te kopen én om een klapke te doen". De automaat die er twee jaar is, bracht een ander cliënteel: "jonge mensen die overdag gaan werken en 's avonds nog raprap patatten komen halen." Zijn klandizie blijft hoe dan ook beperkt "omdat 50 procent van de buitenmensen nog een hof heeft en dus zelf patatten kan zetten." Hij heeft gehoord van boerenautomaten dicht bij de stad; die verkopen méér omdat stadsmensen geen moestuin hebben en "gauwer gewend zijn aan automaten".
Hij gaat terug aan het werk, ik stap weer in de auto waar ik niet langer alleen ben. Laat nabij een boerderij je autoraam open en je hebt vliegen, rusteloze passagiers die tien kilometer lang de stuurhut niet willen verlaten.

Grijze zeilen
Nabij Meerhout steekt een rat de drukke weg over, onder een auto en tùssen de voor- en achterwielen. Goeie timing. Dan volgt een scheefstaand bord naar een Zeilmakerij. De grintweg leidt het bos in, met een stofwolk achter me aan. Er volgen open weides en enkele verouderde boerenschuren, en hij staat op een erf en knikt als ik het hier "nogal afgelegen" noem. Veel bedrijfjes zitten in een industriezone, "ik zit liever op mijn eigen". Vroeger was hij loonwerker in de akkerbouw, en toen dat te weinig verdiende, trok hij naar de fabriek, waar hij het niet uithield tussen de muren. Nu maakt hij pvc-zeilen voor alle doeleinden: voor het afdekken van zwembaden in de winter, voor terrassen van cafés, dekzeilen van camions, biertenten op een motorcross. Alles op maat en in alle kleuren. Rood, geel, blauw, groen, "maar de mensen vragen tegenwoordig vooral grijs en gebroken wit. In het verkeer zie je ook veel grijs. Nog weinig groene, rode of gele auto's. De mensen zijn de laatste jaren wat grijzer, wat stiller geworden."
Hoe neem je afscheid van een zeilmaker? Je steekt je hand op en hij knikt vanuit de donkere schuurdeur. Waarom ben ik geroerd? Het moet die afgelegenheid zijn en die ene man tussen die zeilen van grijs.   

Zammel © Jan Hertoghs

Zammel © Jan Hertoghs

Schuw  
Het huis staat helemaal alleen langs de drukke baan tussen Geel en Westerlo en de oprit is zo kort dat je bruusk moet afslaan en bruusk moet stoppen. Er zijn twee borden: Jonge Legkippen en verderop het iets kortere Jonge Legkippe. Aan het raam hangt een Belgische voetbalvlag en de jonge man duwt de voordeur net zover open tot hij in de opening past, niet verder. Binnen hangt een klok met een stilgevallen slinger. Hij kijkt schuw naar de grond. Dat hij hier zomaar overvallen wordt door een onbekende, en dan nog met vragen! Een legkip kost negen euro. De meeste mensen kopen ze per twee. De beste dag was toen ze zes kippen op een dag verkochten. En weer een verontschuldigende blik om de korte antwoorden die hij maar kan geven. We eindigen het korte gesprek met een korte analyse van de Rode Duivels ("het was niet zo goed") en dan sluit de deur zich, en is er alleen maar geraas van verkeer. Ik ben teleurgesteld. Ik vroeg naar kippen, maar eigenlijk had ik een levensverhaal gewild. Over dat eenzame wonen. En over die kakelende dieren die soms weglopen. Door het hoge buntgras , weg van het huis en hun ren, de wijde wereld in, tot waar een vos ze uit de struiken bijt. 

Heetste Nacht
Een paar kilometer verder heeft een hanenpoot Trekker Trek Veerle op een wegwijzerbord gezet. Veerle is een dorp en "trekker-trek" is een wedstrijd touwtrekken tussen tractoren, Er komt dikke rook aan te pas en men sleept met boomstammen en ander onhandig gerief. De wegwijzerpijlen zijn uiterst schots en scheef getekend. Ze lijken op de Indianenpijlen in de ouwe strips van Lucky Luke.
Nog in Veerle staat Café Euro te koop, en is er een plakkaat met aankondiging van "De Heetste Nacht" in het naburige Eindhout. Ik zal er niet bij zijn op 12 juli, en ik zal dus nooit weten hoe heet die heetste nacht was, en wie nadien de zaal mee had moeten opkuisen, maar toch zijn kop niet heeft laten zien.  
Averbode heeft een amateuristisch sandwichbord van twee fineerplaten die al veel regen gezien hebben. Het woord Scharrel-Eieren is gesplitst, want het bord is niet breed genoeg.
De vrouw is blij met de babbel aan de deur. Er zijn vaak stille weken, van twee klanten, of soms maar één. In het weekend kopen de mensen niet. Als het regent ook niet. En als het "schoon weer" is evenmin. "En ge zult dat zien: heb ik twaalf eieren, dan staat er drie man, en heb ik vijftig eieren, dan zie ik niemand". En nu heeft de gemeente de straat heraangelegd, dat gaf ook minder aanloop. Ik opper dat ze in een moeilijke "business" zit en daar kan ze om lachen. Och ja, kippen eten etensresten en ze leggen eieren in de plaats, dat is toch een profijt. En allicht zou ze meer verkopen als ze meer thuis was. Maar zij en haar man, ze gaan veel weg. Niet ver weg, nee, in haar leven is ze bijvoorbeeld nog maar één keer aan zee geweest. En toch zegt ze: ge moet van het leven profiteren. Het kan morgen gedaan zijn.

Kerkhofkersen
Tussen Zichem en Scherpenheuvel kondigt een groot bord de Lobosfeesten aan met tal van activiteiten die het plakkaat tot aan de rand hebben gevuld. Met onder andere een Ladies Nigt. Dat moet Night zijn, maar ik lach niet. Ik weet hoe moeilijk het is om zoveel tekst (170 letters!) in witte verf en op rechte lijnen over te brengen. Behoud dan maar eens je taalkundig overzicht!   
Het Hageland is een fruitstreek, maar er staan nauwelijks borden. Dorpen in juli maken al een verlaten indruk, maar zonder aanwijzingen naar fruit of groente is er helemaal geen teken van leven naast de weg. 
In Glabbeek staat wel een prachtig fuifplakkaat voor de Nuit Hawaienne. Die nacht moet een begrip zijn in Glabbeek, want het bord is veelgebruikt en afgesleten. En ook veelbelovend met al jaren een roodgloeiende sunset, wuivende palmbomen en luie hangmatten. Glabbeek ligt op 11.826 km van Honolulu. 

Tussen Vremde en Broechem © Jan Hertoghs

Tussen Vremde en Broechem © Jan Hertoghs

Nabij Sint-Truiden en dus in Haspengouw zijn er meer fruitstalletjes en ook fruitautomaten langs de weg. In Duras wijst de pijl: Kersen 200 Meter. Het zijn 600 meter, maar vaut le détour, want vind maar eens kersenautomaat vlakbij een kerkhof.  
Het heeft gisteren hard geregend, en de gazons zijn flink opgeschoten. Mannen in korte broek trekken baantjes in het gras. En ik zie veel tegenzin. Een nijdig gebukt lopen achter die duwstang en een gemelijk kijken naar die machine die nog geen enkele week rap genoeg vooruitging.  
In Kortessem komt het bordje amper boven het gazon uit. Het is slechts een voetnoot langs de weg. Nieuwe Aardappel. Een enkelvoud waarvan je begrijpt dat het niet om één knolvrucht gaat. Op het tuinhek een tweede bord: Voor Aardappelen en Eieren Volg De Pijlen. Er rinkelt een bel die mijn aankomst verraadt. De man wil wel over zijn veldwerk spreken, maar hij heeft achterdocht, en dus zeg ik maar weer dat ik geen fiscale controleur ben. Hij zegt dat hij nooit gerust is, hier in de fruitstreek word je op de vingers gekeken, "zelfs al verkoop je dooie wespen in een bierglas". 
Tien eieren kosten 1,25 euro, hij heeft vooral vaste kopers uit de omtrek, maar ooit is hier een franssprekende vreemde aan de deur geweest: een man uit Luik kocht 10 kilo patatten en 40 eieren. En Luik wordt uitgesproken als redelijk dicht bij de Oeral.
Na de zomer zijn er geen nieuwe aardappelen meer, dan plakt hij het woordje Nieuwe af met grijze tape: "Aardappel, da's al wat er dan blijft staan." Ik zie het gebeuren. Het laatste knollenbed is leeg, hij voelt het najaar ingaan, en staande aan de keukentafel voltrekt zich het ritueel tussen man en vrouw: waar hebben we de grijze tape gelegd?
Hij is nu meer op z'n gemak en haalt een soort babyfoon uit z'n hemdzak. "Dat ding gaat af als iemand de sensor op de oprit passeert." Zo kan hij ginder ver in de tuin werken en klanten toch horen aankomen. Passeer maar eens het hek, zegt ie, en inderdaad, in zijn hemd gaat nu een saxofoon spelen. Hij haalt zelfs de batterijen uit het toestel, ik mag nu alles van hem weten. Als ik oversteek naar de auto, roept hij: "oppassen als ge instapt of ze rijden uw deur eraf." Ook die goede raad is hier niet duur.  

Kabouterland
In het Limburgse Oostham zijn Vijverstenen + Waterval Te Koop. Ik ken niks van vijverstenen en ik heb een waterval nog nooit zo klein geschreven zien staan, dus bel ik aan. Een dertiger komt monkelend naar het hek, Ha, gij komt maar eens kijken? Komt gij maar eens kijken, jong! Zijn tuin valt niet meteen te omschrijven. Laat ons zeggen dat er een gazon is met een spierwitte partytent annex een kleine vijver met goudvissen en daarrond is er een decor, een landschap van zelf aangebrachte tuindecoratie.  
De over te nemen waterval is niet echt groot te noemen met zijn  1,2 meter, maar de verkoper wijst erop dat deze waterval toch vier "trapkes" heeft. De vijverstenen die te koop zijn, noemt hij  "Maaskeien", zwerfstenen die gewonnen zijn uit de Maas en ze liggen werkelijk overàl gestapeld. In emmers, in tonnen, op zeildoek, op planken, ik schat meerdere honderden kilo's, en die heeft hij dus na jarenlang gebruik in een vijver "allemaal één voor één gekuist met javel" tot de groene aanslag eraf was. Die vijverstenen zet hij niet op Kapaza "want daar staat het al vol vijverstenen, daar gaan de mensen mij niet vinden. Met mijn bord langs de baan ben ik de enige verkoper, hier gaan de mensen mij zéker zien!"

Oostham © Jan Hertoghs

Oostham © Jan Hertoghs

De nieuwe siersteen die de vijverstenen zal vervangen, ligt al klaar. Dat is paars getinte Canadese leisteensplit, en als ik eveneens belangstelling toon voor dat grind dat mij onbekend is, ontspringt er bij deze Karel een tweede waterval; met trots en plezier laat hij naast al zijn steenslag ook àl zijn tuindecoratie zien. Een witstenen dolfijn, gekleurde papegaaien, namaakvlinders met grote vleugels, een tuinkabouter die onophoudelijk een straal water uit zijn mond laat pletsen, en dan nog meer tuinkabouters waarvan de grootste "ooit geschoten is op de kermis". De kleinere kabouters hebben allemaal een zonnecel, als het donker wordt, "springt hun licht aan". Er is ook een motard-tuinkabouter, op zijn motor ontspringt het licht in zijn stenen koplamp. Alles wat zijn tuin bevolkt, houdt niet van de duisternis, want er zijn ook slakken, kikkers, schildpadden en retrolantaarns die licht verspreiden, "ja, 's avonds is hier zoveel licht dat ik soms denk dat er een vliegtuig naar beneden zal komen".
Vanwaar zijn affectie voor tuinkabouters? Door sprookjes, door  Disney? Niks van die inspiratie, hij vindt dat "schone beelden", da's alles. "Kom maar eens mee naar m'n werkhuis!" Daar doet hij het onderhoud van zijn dwergen. Bij vijf kabouters wordt hun puntmuts opnieuw helrood geschilderd, en ook de paddenstoelen met stippen worden weer fris in de verf gezet. Hij is "altijd bezig". Om vijf uur 's morgens is hij al weg naar het werk in de fabriek, en als hij na de middag thuiskomt, gaat hij gelijk aan de slag: "Anderen moeten eerst een uur gaan liggen om te bekomen van hun werk, ik begin direct in mijnen hof". En maar vertellen over alle verbeteringswerken die hij daar nog gaat uitvoeren. En dat het gezin niet veel weggaat, één keer per jaar naar Center Parcs in Holland. Dit jaar is er geen geld genoeg voor zo'n verlof, "en dan maken we het in de hof maar gezellig".
Ik denk dat ik een gelukkige mens heb ontmoet.      

Oud ijzer
Het is een warme dag in de polders en de lucht is somber. Een grauwe dweil ligt over de dag. Op een camping staat een vrouw bovenop een caravan, ze schrobt het bovendek van haar woonwagen. Dit is het hinterland van de kust. Hier liggen de vruchtbare poldergronden, hier liggen de kansen voor de landman die afzet zoekt bij de tienduizenden vakantiegangers.
Tussen Mannekensvere en Middelkerke kruis ik het bordje Stamboek Fokstieren Te Koop. Niet meteen een afzetproduct voor de gewone toerist, ik ben nieuwsgierig. Het huis is een ingewikkeld procédé van achterhuizen, schuren en afdaken, het duurt twee minuten eer ik de deurbel vind. Niemand thuis. De fokstieren in de wei kijken onverschillig. Fuck you fokstieren. Een mens zegt vanalles als hij alleen is. 
Dichtbij Middelkerke zijn er pompoenen voor 4 euro en courgetten voor 0,5 euro. De man doet open in korte broek en sandalen en met een opgewekte sigaar in de kop. Hij volgt de seizoenen, er waren al de kersen en de krieken, en straks komen ook nog de boontjes en later de walnoten. Het is zelfbediening, je neemt uit de kar en je duwt het gepaste geld door de brievenklep. De mensen zijn "heel eerlijk". Slechts drie keer per jaar wordt er gestolen.
Het Federaal Agentschap voor Voedselveiligheid heeft hem al getraceerd. Hij kreeg documenten thuis, vanaf welk omzetbedrag hij zich in regel moet stellen met vergunningen en taksen. ("Alles moeten ze reglementeren tegenwoordig.")
Naast het huis is een erf vol ijzeren beelden. Ze zijn ook te koop en gemaakt van oud landbouwalaam. Dat schuimt hij af bij boeren in de streek. "In de bijbel staat dat je zwaarden moet omsmeden tot ploegscharen. Ik smeed ploegscharen om tot kunst." Kunst met een kleine k voegt hij eraan toe. En een oud-ijzer-kunst die vooral wordt gekocht door stadsmensen. Een zwaan heeft ronde vleugels die ooit bolle ploegmessen waren. Verder is er een uil, een kromlopende aap, en een jager met een jachthond aan zijn been. Een rustiek oud-Vlaams dadaïsme, de geassembleerde vrucht van wielen, tandraderen, en bouten. Twaalf jaar geleden had hij een KMO met zestig werknemers en ging hij "kapot van de stress. Ik had de keus, dood onder de graszoden, of stoppen met werken." Hij koos het laatste.     

Slijpe © Jan Hertoghs

Slijpe © Jan Hertoghs

Zwarte mannen
Eieren en Hoeveboter, de woorden slijten weg in weer en wind. Ik klop aan de achterkeuken en vraag of ik de hoeveboter mag zien. De boerin haalt een rolvormig pakje uit de koelkast, de boter goudgeel in dat matte papier. Eén kilo kost zeven euro, dat is goedkoper dan in de supermarkt. Maar toch ziet ze amper klanten. "De mensen gaan liever naar de supermarkt, daar halen ze alles in één keer. Ze doen niet meer de moeite om tot hier te komen voor twaalf eieren en twee pakjes boter."
Tegen m'n verwachting zijn er amper bordjes in het achterland van Nieuwpoort tot Zeebrugge. Wel zijn er deftige wegwijzers naar automaten die vooral aardappelen leveren, een nieuwsoortig professionalisme in de straatverkoop. Ik zak af naar Oost-Vlaanderen en het Waasland: tussen Moerbeke en Beveren is de zelfgeknutselde wijzer er terug. Hij heeft een biotoop nodig van platteland én lintbebouwing. In die habitat van boerenhuizen-met-moestuinen  en burgerhuizen-zonder-moestuinen gedijt de handwijzer. Zijn ook nog karakteristiek voor deze biotoop: oude melkstopen die dienst doen als brievenbus, maïsvelden die afwisselen met drankendiscounts, en diverse koterij die het opneemt tegen sierklinkers.
Alsof hij die overgangszone wil illustreren steekt nù een haas de steenweg over. Ik zie hem zitten op een nieuwe garageoprit. Met spitse oren en opgetrokken achterpoten kijkt hij schichtig naar het vergulde smeedwerk dat zijn weg verspert. Het verkeerde hazenpad gekozen.

In Stekene opteert de wegwijzer voor aardappelen met een dubbele L, en de tweede E van Eieren heeft een trema. Ik zag elders ook al Coergetten, Petatten en Aardbeziën. Triplex heeft zijn eigen spelling. 
In Sint-Gillis-Waas zijn "Maïs-Pakken Te Koop" Ik ga achterom en klop aan de vliegendeur. Voor de boer ben ik ook een lastige vlieg, hij heeft "geen goesting in uitleg," en wijst op z'n scheve lip, "daarstraks hebben ze mijn tand getrokken". Dan toch twee zinnen uitleg. In zo'n pak zit 500 kilo gehakselde voedermaïs en de kopers zijn hobbyboeren met een paar paarden of koeien. "Soms staan hier zwarte mannen die maïskolven willen kopen om te braden in de pan. Dat moet ik dan uitleggen met hand en tand: ik heb alleen maïs voor de beesten." De wereld opgedeeld in mensen die het verschil kennen tussen maïskolven en maïspakken.   

Stekene © Jan Hertoghs

Stekene © Jan Hertoghs

Wintervoorraad
De boerderij in Vrasene heeft veel te koop: Aardappelen, Scharreleieren, Appelen-En-Peren, Hooi-Stro-Biet. De aardappelen zijn Niuewe. Nog eens, ik aanvaard foute spelling. Niuewe aardappelen smaken even goed als correct gespelde knollen. Vlak achter het Eieren-bord is de kippenren: veel korter kan de keten tussen producent en verbruiker niet zijn. Uit een houten hok komt een hond naar mij gesprongen tot waar het touw dat toelaat. Er is een buitentafel met appelen, komkommer, tomaten en een bos gladiolen. De sla drijft enigszins in het regenwater van de vorige nacht. De boerin leunt in de deuropening. Ze zegt dat ze minder verkoopt "nu de automaten opkomen." Aan de overzijde van de straat hebben ze d'r ook één, en daar kost een kilo appelen anderhalve euro en bij haar is het één euro. "En toch gaan ze daarover. Ik versta dat niet. 't Moet zijn dat zo'n automaat is als de supermarkt. Ge pakt, ge betaalt en ge zijt weg. 't Is precies of ze willen niet meer dat een mens komt opendoen en dat ze een paar woorden moeten wisselen."
De wereld is niet meer hetzelfde. Tot 1969 woonden ze nog in Kallo. Daar zijn ze verdreven, hun boerderij is onteigend voor de Liefkenshoektunnel. Ze heeft nog elke dag heimwee naar Kallo. "Wat zaten we daar goed. Ik moet mijn ogen maar dichtdoen en ik ben er terug."   
Ze zegt dat er minder huisverkoop is. Ik zal het onderweg toch ook gemerkt hebben dat die kleine wegwijzers verminderen. "De jaren zeventig, dat was de goeie tijd, dan kwamen ze van overal kopen. En zeker van 't stad, och, van Antwerpen kwamen er zoveel met hun auto! Gepensioneerden, ze kochten vierhonderd kilo patatten. Voor henzelf en voor de kinderen. Een facteur kocht patatten voor de mensen op zijn ronde. Iedereen kocht patatten voor de hele winter. Nu kopen ze patatten voor drie dagen." De wereld is niet meer hetzelfde, ze zegt het voor de derde keer.
Ik wil niet met lege handen weggaan en koop sla en tomaten.
Er kakelt een kip.
Het ei ziet de wererld.

Klein addendum van fuifplakkaten, fruitpijlen en groentewijzers

Vrasene © Jan Hertoghs

Vrasene © Jan Hertoghs

Borsbeek © Jan Hertoghs

Borsbeek © Jan Hertoghs

Veerle © Jan Hertoghs

Veerle © Jan Hertoghs

Zoutleeuw © Jan Hertoghs

Zoutleeuw © Jan Hertoghs

Duras © Jan Hertoghs

Duras © Jan Hertoghs

Vlissegem © Jan Hertoghs

Vlissegem © Jan Hertoghs

Klein-Sinaai © Jan Hertoghs

Klein-Sinaai © Jan Hertoghs

Zillebeek-Beveren © Jan Hertoghs

Zillebeek-Beveren © Jan Hertoghs


Vorige
Vorige

Zomer van verveling: 13-jarige rijdt 800 km met oma's auto

Volgende
Volgende

Zomer zonder Werchter (3): the day after