Beiroet en de honden van de (puin)hoop
In de puinhopen van Beiroet wordt nog verwoed naar vermisten gezocht. De honden en de redders die daarvoor worden ingezet, hebben een heel specifieke opleiding doorlopen. De honden leren urenlang te verblijven “in een zeer lawaaierige omgeving”. De redders leren geduldig te blijven terwijl ze belaagd worden door “opgewonden en opdringerige omstaanders”. Hoe traag en stapsgewijs zo'n training verloopt, dat leerde ik in Zwitserland. Dat land traint al puin-speurhonden sinds 1966.
Uit Humo 8 juni 1995 - herwerkt en ingekort - © Jan Hertoghs
“Tijdens de training liggen wijzelf urenlang bedolven onder steenpuin en moeten de honden ons leren vinden.”
Het Zwitserse Emmental. Zwaluwen scheren er over het versgemaaide gras, krekels sjirpen in de poten, boerderijen en klingelende koeien blaken in de zon, en bij wijze van schril contrast zal ik in deze Heidiaanse omgeving uitsluitend gaan spreken over verwoeste huizen, bedolven inwoners en stof en as.
Ik spreek met Patrizia Pedotti Bucher (33) . Zij maakte deel uit van de kleine groep Zwitserse redders die in het Japanse Kobe met twaalf 'puinhonden' op zoek ging naar overlevenden van de grote aardbeving van 17 januari 1995. Op de hele wereld zijn er misschien enkele honderden ervaren redders-met-'puinhonden'. De organisatie met de meeste ervaring is het Schweizerischer Verein für Katastrophenhunde dat al sinds 1966 'puinspeur'-trainingen organiseert voor redders en honden. Door hun internationale ervaring waren de Zwitserse hondenteams de enige die van de Japanse regering toelating kregen om een week lang deel te nemen aan de reddingswerkzaamheden in Kobe.
HUMO: Wat is het verschil tussen een hond die tussen het puin speurt en een lawinehond die in de sneeuw snuffelt?
Patrizia: "Hoe ze zoeken is niet verschillend, ze gaan allebei op de geur van mensen af, maar de interventietijd is beperkter. Een lawinehond moet binnen enkele minuten op de plaats van het onheil zijn want na één uur zijn de kansen om iemand levend uit de sneeuw te halen amper drie op tien. Een puinhond kan nog tot dagen na het onheil nuttig werk verrichten."
HUMO: Op de BBC zag ik hoe een 'puinhond' uit een nest jonge honden werd geselecteerd. Het dier was amper zes weken oud, maar de bezitter zag toen al dat ie kwaliteiten had.
Patrizia: "Mijn man die ook redder is, is zijn hond op die manier gaan uitkiezen bij een kweker van jachthonden. De hond die hij in gedachten had, moest een sterk ontwikkelde speurzin hebben, moest zeer zelfstandig zijn en moest een absolute spring-in't-veld zijn, eentje die er lol in vindt om heel de tijd te lopen, te springen en rond te jakkeren. Ik had geen verlanglijstje maar toch is mijn Arco zéér geschikt. Het is een alpenherdershond, eentje van de boerderij, dus die zal wel tegen een stootje kunnen, dacht ik bij aankoop, maar al gauw bleek dat ik een bangerik in huis had gehaald. Hij had schrik van koeien, van tractoren, van auto's, van mensen, van alles en nog wat. (lacht)
Hij is heel "gewoon" begonnen. Het was mijn huisdier, en pas na drie jaar is zijn training begonnen. En van een hond met een klein hartje die geen vijf meter van mijn zijde week, heb ik toch een dappere en zelfstandige hond kunnen maken.”
HUMO: Hoe heb je hem zijn angsten helpen overwinnen? Want zo'n reddingshond die tussen het puin staat, wordt omgeven door sirenes, krakend beton, grijpers van graafmachines, motoren, schijnwerpers, mensen die roepen en krijsen.
Patrizia: "Het komt erop aan je hond aan zoveel mogelijk lawaaiplaatsen te laten wennen. Je gaat met 'm naar een bouwwerf, tussen de kranen en de graafmachines, je stapt met 'm op de trein, eerst in een rijtuig, later op de harmonica tussen twee rijtuigen, je brengt 'm binnen in een schietstand, al die plaatsen waar het lawaai overweldigend is, daar ga je heen. Enkele keren per jaar trainen wij ook samen met het leger, en dat komt nog het dichtste bij de realiteit omdat op zo'n legermaneuver ook met schijnwerpers gewerkt wordt en soldaten sowieso alleen maar met dingen oefenen die lawaai maken. Ik vertel dat nu in grote lijnen, maar eigenlijk zijn het allemaal heel kleine stapjes die heel veel tijd vergen. Eer een hond werkelijk klaar is om mee op interventie te gaan, heb je een training achter de rug die minstens twee en soms wel vier jaren duurt."
HUMO: Maar het kan ook zijn dat je na een jaar trainen merkt: dit wordt niks.
Patrizia: "Ja, je mag de plezierigste oefeningen bedenken, maar als die hond bang blijft of als ie zijn natuurlijk speurinstinct niet wil aanscherpen, dan is alles verloren moeite."
HUMO: Is er een hondenras dat meer voor het puin geschikt is dan andere rassen ?
Patrizia: "Schoothondjes of te grote honden zijn niet geschikt, maar voor de rest zijn zowat alle rassen -mannetjes zowel als wijfjes- te gebruiken. Het hoeven zelfs geen echte rashonden te zijn, mijn Arco is ook maar een bastaard."
HUMO: Hoe begin je met die training?
Patrizia: "Eén van de eerste dingen die je aanleert, is blaffen. Je geeft 'm zijn eten alleen als hij blaft of je doet de deur pas voor 'm open als hij blaft. En daarna leer je hem blaffen én met de poten krabben, als teken van: hier zit wat ik zoek. Je stopt bijvoorbeeld zijn etensbakje onder een doos en je haalt het er pas onderuit als hij blaft én met zijn poten krabt. Eens hij dat blaffen én krabben onder de knie heeft, verzin je honderden spelletjes op datzelfde thema: verstoppen en vinden. Je pakt zijn speelgoedje af en je stopt het voor zijn ogen in de zandbak, of je verbergt jezelf in het bos achter een struik, of je verbergt je thuis achter de badkamerdeur, en hij moet je elke keer zoeken, en als hij je vindt: krabben én blaffen."
HUMO: En telkens hij dat doet, beloon je hem.
Patrizia: "Ja, ik geef 'm zijn favoriete speeltje, of een stukje vlees, en ik toon ook dat ik blij ben. Gewoon maar een klopje geven -"goeie hond,brave hond"- is niet genoeg. Je moet meeleven met het speuren van de hond en ook echt blij zijn als hij iets vindt. Als je dat niet voor jezelf kan opbrengen, als de hond aan jou niet kan merken dat je echt blij bent, dan zal hij op de duur alle zin om te speuren verliezen. De beste motivatie voor de hond is dat je zelf ook heel gemotiveerd bent."
Ik begraaf me levend
HUMO: Wanneer begin je met de hond in puin te zoeken?
Patrizia: "Dat moet een heel voorzichtige stap zijn. Je moet de hond eerst en vooral aan puin laten wennen zonder dat ie al iets moet zoeken. Je leert 'm eerst over puin lopen, in een kiezelgroeve bijvoorbeeld, dat ie zich leert voortbewegen op die onstabiele rollende keien, dat ie een klein hellinkje leert nemen of bergaf durft lopen op schuivend grind. En zo zoek je alle mogelijke materialen op waarop ie moet leren lopen: een berg los zand, opeengestapeld hout in een zagerij, door elkaar gevallen hout in een verkrotte stal, omgehakte boomstammen in het bos, rotsblokken in de bergen, stukken beton op een sloopwerf, vlechtijzers van beton op een bouwwerf, metaalplaten, schuinliggende metaalplaten, natte metaalplaten, bevroren metaalplaten, hij moet echt alle terreinen aankunnen, hij moet aanvoelen: ik kan mij overal bewegen. Tussen haakjes: die verplaatsingen naar al die bouwwerven en 'lawaaiplaatsen' overal te lande kosten geweldig veel kilometers en tijd. Dat moet je d'r zelf ook voor over hebben."
HUMO: De volgende stap is dan: mensen tussen dat puin zoeken?
Patrizia: "Ja, en ook hier gaat het stap voor stap. Het heeft geen zin om mensen al van de eerste keer diep onder het puin te stoppen omdat de hond dan na een half uur beton-klauteren gefrustreerd raakt omdat hij niemand vindt. We beginnen dus aan de rand van het puin waar de hond het 'slachtoffer' snel kan vinden. Zo hebben we een soort 'vossenhol', een mansgrote pijp die enkele meters in een helling verdwijnt. Daar kruipt een 'slachtoffer' in en achter hem wordt de pijp afgesloten met een houten deksel. De hond heeft dat gezien, hij moet niet zoeken, hij moet ook nu weer eerst leren blaffen en krabben op die plek waar hij een mens weet. Eens hij dat beet heeft, gaan we ons stilaan in het puin zelf verstoppen. Wij worden dus slachtoffer.
En soms is dat voor een half uurtje of een uur, maar soms ook voor een hele dag als meerdere honden na elkaar getest moeten worden. Mensen met claustrofobie zouden het allicht besterven als ze zo levend onder betonbrokstukken begraven worden, maar bij ons hebben sommige een zaklampje bij om een boek te kunnen lezen, anderen luisteren naar muziek op hun walkman, en er zijn er zelfs die erin slagen een dutje te doen tussen die koude, natte stenen. De ligplaats is meestal redelijk ruim, maar je bent wel zo stevig tussen de stenen begraven dat -als de hond je vindt-, je vaak maar een gat van een armdikte hebt om hem als beloning een stukje worst in de bek te stoppen.
Ik heb ook al eens negen uur in een hol in de sneeuw gelegen, weliswaar goed ingepakt in een slaapzak, maar je mag zeker zijn, een dag duurt lang in die omstandigheden."
HUMO: Als redders doorlopen jullie ook een psychologische training waarbij jullie vertrouwd worden gemaakt met het werken in crisissituaties.
Patrizia: "Terwijl we met de hond heel geconcentreerd bezig zijn in het puin, sturen de oefenmeesters "lastige dorpsbewoners" op ons af. Die moeten flink op onze zenuwen werken en dan zien zij of we daartegen bestand zijn. Die ersatz-dorpelingen beginnen dan tegen ons te jammeren of houden niet op domme vragen te stellen (Ben je al lang bezig? Je hebt zeker nog niks gevonden? Hoe heet die hond eigenlijk? Komen jullie uit Amerika?). Of ze weigeren je te geloven als je zegt dat de hond iemand geroken heeft (Dat kan niet! Daar is niemand! Daar woont niemand!), of ze staan heel de tijd opgewonden aan je mouw te trekken om niet dààr maar in hun huis te gaan zoeken . In Armenië ('88) hebben we het meegemaakt, daar trokken ze haast de kleren van ons lijf, daar gingen dorpsbewoners met mekaar op de vuist omdat wij zogezegd teveel aan die kant van de straat zochten en niet in hùn huizen. Dat is vreselijk hard, die mensen bidden en smeken, kom mee! kom mee!, maar je moet vlakaf nee zeggen, je blijft bij elkaar, je loopt niet met de mensen mee, eentje die hier zoekt en eentje die honderd meter verderop zoekt, dat doe je niet. Voor je het weet ben je de anderen kwijt en kan je niks meer uitrichten."
Stand-by
HUMO: De aardbeving in Kobe vond plaats op een vroege dinsdagochtend. Wanneer en hoe treedt bij jullie het alarm in werking?
Patrizia: "De eerste die alarm slaat is de Erdbebenwarte in Zürich. Zij registreren alle aardbevingen ter wereld en wanneer er een grote beving in een dichtbevolkt gebied heeft plaatsgevonden, zetten ze de Rettungskette Schweiz op standby. Een gezamenlijke task force die ervoor zorgt dat op een zeer korte tijd een team klaarstaat met een noodhospitaal, medische uitrusting, bloed, drinkwater, communicatie-apparatuur, kleine kranen, graafmachines, een aantal honden met hun begeleider, en niet te vergeten een paar tolken. Die hulp wordt aan de regering van het getroffen land aangeboden maar die 'Rettungskette' komt pas op gang als die regering er ook daadwerkelijk mee instemt.
En soms heb je dan zelf maar een half uur om je rugzak te pakken. Helm. Zaklamp. Slaapzak. Zonnebril. Heel die checklist die je moet aflopen... en dan is het rennen naar je auto, gas geven naar het vliegveld van Zürich en daar stond het vliegtuig startklaar.
In Kobe zelf zijn we in een brandweerwagen gestapt en met loeiende sirene het rampgebied ingereden, één puinhoop zover je kon zien."
HUMO: Hoe begin je te werken in zo'n uitgestrekte chaos?
Patrizia: "De politie gaf adressen op, de brandweer reed ons zo dicht mogelijk bij die straten, en de buren wezen waar het huis was geweest, of wezen een voordeur in het puin."
HUMO: Zijn de honden opgewonden als ze ineens zoveel puin zien? Rukken ze aan de leiband om erin te vliegen?
Patrizia: "Nee. Ze voelen goed dat ze op vreemd terrein zijn en dat dit geen oefening is en je ziet ze afwachten wat ze te doen staat."
HUMO: Beginnen jullie te zoeken waar je mensen hoort roepen?
Patrizia: "Nee, want die mensen kan men nog vinden. De hond is daar nodig waar men de mensen noch hoort of ziet."
HUMO: De honden lopen niet aan de leiband.
Patrizia: "Nee, ze lopen vrij rond over de brokstukken en als ze een krocht of een spleet zien die groot genoeg is, dan wurmen ze zich erin. Arco is 70 cm lang en 50cm hoog, maar hij geraakt in zo'n gat (toont met haar handen een opening van een goeie vijftien centimeter) Als zijn kop erdoor gaat, dan volgt zijn lijf ook. En dan verdwijnt ie voor een tijdje."
HUMO: Hoelang blijft hij zo ondergedoken?
Patrizia: "Tot hij in alle hoeken gesnuffeld heeft. Dat is meestal gauw gebeurd, tenzij hij in een grote ondergrondse parking terechtkomt, dan zie je hem de eerste minuten niet meer."
Kamikaze
HUMO: Lig je bovenop het gat waarin hij verdwenen is om zijn geblaf beter te kunnen horen?
Patrizia: "Zoals de Indianen op de treinsporen?! Nee, ik sta gewoon bovenop het puin te wachten tot ik hem hoor."
HUMO: Kan je aan zijn geblaf horen of ie een dode dan wel een levende gevonden heeft?
Patrizia: "Bij Arco kan ik los door het puin horen dat hij iemand gevonden heeft, ik kan ook horen dat ie heel dichtbij de persoon is dan wel of ie het nog op een andere plek wil proberen waar ie denkt dat ie dichterbij kan komen. Maar of ie nu de geur van een lijk of van een levende heeft geroken, dat kan ik aan zijn geblaf niet uitmaken. Als ik hem onder het puin zou kunnen zien, dan zou ik het beter kunnen merken, want de meeste honden gaan zich toch anders gedragen. Sommige honden krabben alleen maar en blaffen bijvoorbeeld niet als ze een dode vinden."
HUMO: Hebben honden eigenlijk schrik van lijken?
Patrizia: "We weten niet hoe lijken op hen inwerken. Er zijn honden die bij een dode ineens veel harder beginnen blaffen, er zijn er ook die blaffen maar zich compleet wegdraaien van die plek en er zijn er die niet blaffen, rechtsomkeer maken en weglopen."
HUMO: Omdat ze denken: hier zijn we niks mee?
Patrizia: "Het is een instinctieve reactie van het dier op de dood, en elk dier reageert anders, want er zijn er ook die agressief worden en ineens verwoed op een stuk puin beginnen bijten. Op training vinden ze ook alleen maar levende slachtoffers en het lijkt er soms op alsof ze zich 'bedrogen' voelen."
HUMO: Vind je altijd een slachtoffer op de plaats die de hond heeft "geblaft"?
Patrizia: "We werken in ploegen van drie: een redder speurt met zijn hond, de tweede staat vlakbij in standby en de derde staat verderop "in rust" met de hond. Dus als Arco een plek aanwijst, moeten de tweede en eventueel de derde hond die plek eveneens affirmeren en dan zijn we zo goed als zeker dat er iemand ligt."
HUMO: Welke factoren kunnen het speurinstinct van de hond in de war brengen?
Patrizia: "Uiteraard kunnen we ze niet laten speuren op terreinen die doortrokken zijn van gas-, benzine- of andere chemische geuren. Ook regenweer is nefast, want regen dempt de geuren. Ook zon en felle warmte drukken de geuren weg daar onder in het puin. In Kobe was het 'goed' weer: het was niet te warm en het had niet geregend."
HUMO: Beseft de hond dat hij gevaar loopt? Dat hij zelf bedolven kan geraken?
Patrizia: "Mijn hond in elk geval niet. Die kent geen gevaar, die ziet geen gevaar, die springt overal op en onder dat ik soms niet durf te kijken. In Kobe heeft ie een bijnaam gekregen: Arco, de Kamikaze! Zaterdag op training heb ik het nog gezien: hij dook vanop een oefen-etage twee meter in de diepte, in een berg losse stenen."
HUMO: Zijn er op sommige missies honden gestorven omdat ze zelf bedolven werden?
Patrizia: "Op die dertig jaar dat we bestaan is het gelukkig (neemt tafelhout vast) nog nooit gebeurd. Mensen willen in dergelijke crisissituaties wel eens risico's nemen, maar ik denk dat honden instinctief aanvoelen dat ze het gevaar niet moeten zoeken. Anderzijds is de kans reëel dat een hond iets overkomt, want zij lopen vaak op terrein waarop jij je niet waagt omdat het op instorten staat."
Mortuarium op de stoep
HUMO: Als de hond iemand aanwijst, graven jullie dat slachtoffer dan zelf uit?
Patrizia: "Nee, wij wijzen de vermoedelijke vindplaats zo precies mogelijk aan en dan komt onze Zwitserse ploeg met haar kleine kranen en graafmachines. In Japan hadden we die achterban niet bij, daar waren het Japanse brandweerlui die de brokstukken opruimden."
HUMO: En als die gravers niks vinden.
Patrizia: "Het is mogelijk dat de brokstukken in te dikke lagen op elkaar liggen en dan sturen we de honden na elke weggeruimde laag opnieuw in het puin om te zien of de bergers nog op de juiste weg zijn. Als we dan kleren, of haren of een lichaamsdeel vinden, dan zijn we zeker dat ze dichtbij zijn."
HUMO: Mag de hond dat slachtoffer besnuffelen? Als beloning, als bewijs dat ie zijn werk goed gedaan heeft?
Patrizia: "Ja en nee. Als dat slachtoffer direct uitgegraven wordt, kan je 'm daarmee belonen, maar als ze dat slachtoffer pas na tien uur bovenhalen, is de hond dat allang vergeten. Dus meestal belonen wij hem direct met een stukje vlees of met zijn favoriete speeltje."
HUMO: Eigenlijk krijgen jullie slechts weinig slachtoffers te zien omdat het uitgraven door anderen gedaan wordt?
Patrizia: "Ja. In Kobe hebben we de slachtoffers dan weer wel allemaal gezien omdat ze niet afgevoerd werden maar ter plekke werden 'opgebaard'. Op de stoep, op een grasveldje of in een groen gebleven voortuintje werden de afgestorvenen neergelegd en dan namen familie, vrienden en buren langzaam afscheid. Eerst streelden ze een voor een het lichaam, dan wasten ze het, ze masseerden het, ze wikkelden het in dekens en tot slot legden ze offergaven rond het lijk opdat de dierbare op zijn weg naar het 'hiernamaals' niets zou tekortkomen. Er was bijna niks meer, maar toch probeerden ze de dode nog dingen te geven die hem dierbaar waren. Dat was zeer ontroerend om zien, wij waren allemaal erg onder de indruk. Vanwaar ze die haalden, weet ik niet, maar er werden ook bloemen gelegd, onder andere door de Japanse brandweerlui die hen opgegraven hadden. Als je ophield met werken en je keek rond, dan zag je overal van die kleine begrafenissen tussen het puin.
Kobe heeft op ons veel indruk gemaakt omdat we bij een dergelijke ramp zelden zo'n stille, gedisciplineerde mensen hebben gezien. Zo zag ik in de buurt waar we werkten een man en een vrouw staan. Ze stonden stil naast elkaar en keken naar wat overbleef van een huis. Een uur later stonden ze daar nog stil. Twee uur later nog altijd. Drie uur later nog altijd, ga eens vragen wat er is, zei ik aan de tolk. Bleek dat de vader van de man nog onder het puin lag, en ook de buurvrouw. We hebben beide gevonden, maar beide waren al dood. Toch ongelooflijk dat die daar zo fatalistisch stonden te wachten, dat niemand daar krijste of gilde. Alles was daar kalm, akelig kalm eigenlijk. Er werd ook niet geplunderd. De mensen kropen tussen de stenen rond, maakten de bruikbare spulletjes die ze nog vonden een beetje schoon, stopten ze in kartonnen dozen en zetten alles op een ordentelijk hoopje op de stoep, op enkele meters van hun verwoeste huis. Kleine kartonnen huisjes waren het en iedereen bleef daar af, iedereen respecteerde die bezittingen. Ik vergeet die kartonnen dozen nooit, een kaftje met uittreksels van de bank, een beetje speelgoed, enkele boeken, een deken erover, zo schamel en toch zo dierbaar zoals het daar stond."
Psychische naschok
HUMO: Jullie werken meestal in de schijnwerpers van de wereldmedia. Ben je daarvan onder de indruk?
Patrizia: "Nee, daar let je algauw niet meer op. Maar in het begin stonden ze soms in rijen achter ons, er waren meer cameramensen dan redders aan het werk. Zeker in Kobe, waar wij alleen toegang hadden gekregen. Ze volgden ons overal, met de auto, en zelfs met de helicopter."
HUMO: Jullie hebben in Kobe niemand levend vanonder het puin gehaald. Was dat niet frustrerend?
Patrizia: "Nee. Vooral niet omdat we zagen hoeveel die doden voor die nabestaanden betekenden en hoe intens zij ermee omgingen. Ze waren ons ook heel dankbaar. Ze zijn ons komen omarmen. Ze zijn de honden komen omarmen. Dat heeft ons geweldig aangegrepen. Iedereen weet toch hoe vreselijk een familie lijdt wanneer ze niet met eigen ogen hùn dode gezien hebben. Mensen bij wie een familielid 'verdwenen' is of verdronken is op zee, kennen vaak hun leven lang geen rust meer."
HUMO: Jullie sliepen daar in je slaapzak in leegstaande kantoren. En je kon slapen. Maar heb je nadien geen nachtmerries gehad?
Patrizia: "Nee. Maar er zijn wel prangende dingen die bijblijven en die ineens weer in je hoofd opduiken als ik enkele weken later opnieuw met de hond op training was. In Kobe had een vrouw ons gewezen waar haar man lag, zij had de kracht gehad om zich met blote handen een weg te graven, en ze wees mij het gat, "daar ligt ie". En dan kruip je daarin met de hond, zover je kan, en dan werd die weg ineens afgesloten door zo'n typisch Japans kamerscherm en ik zag ook een stuk van een slaapdeken en te weten dat achter dat scherm en onder dat deken een lijk lag, te weten dat mijn kruipwegeltje alleen maar naar een lijk leidde, dat was veel akeliger dan toen ze die dode man uit het puin haalden en ik hem effectief te zien kreeg. De dingen die je meest aangrijpen lijken eerder kleine, onheilspellende gebeurtenissen te zijn. Je hebt jezelf gewapend tegen zware verwoestingen, zware kwetsuren, en zware miserie, maar je wordt uit evenwicht gebracht door die kleine huiselijke zaken."
Oklahoma City
HUMO: Waarom zoekt men nog met honden en niet met computergestuurde robotten of infrarood-apparatuur?
Patrizia: 'Er bestaan akoestische toestellen die geluiden opspeuren en optische infrarood apparatuur die 'door' het puin straalt, we hebben beide al gebruikt, maar beide hebben hun gebreken. Op het akoestische toestel zit gewoon heel veel ruis -de sirenes, de graafmachines- en men kan alleen maar mensen horen die zich hoorbaar kunnen maken, die nog met een steen op een plank kunnen kloppen bijvoorbeeld. Infrarood-apparatuur bestaat nog maar sinds dit jaar, het registreert ook de allerkleinste bewegingen zoals het kloppen van een hart, maar ook daar is er 'ruis' omdat het ook de hartkloppingen van de redders of het ritselen van een boom registreert. Het apparaat kost ook zes miljoen Bfr, (150.000 euro) voor dat geld kan je flink wat honden trainen. Wij houden het voorlopig op honden. Honden zijn niet alleen veel accurater, ze zijn ook sneller, en veel zelfstandiger, want niet afhankelijk van stroomaggregaten of batterijen. Je laat ze gewoon los van de leiband en ze functioneren."
HUMO: In jullie CV lees ik dat de groep tussen 1976 en 1995 negentien belangrijke interventies heeft verricht. 1O6 mensen werden levend gered, 77 lijken werden geborgen. Eigenlijk betekent dat een gemiddelde van amper tien geredden per interventie. In Mexico City waren 8OOO doden en redden jullie 11 mensen, in Kobe waren 5OOO doden en halen jullie 16 doden vanonder het puin. Twijfel je soms aan het nut van die interventies?
Patrizia: "Ik weet ook wel dat het mooiste is als je honderden mensen levend vanonder het puin haalt, maar niks doen en vanop afstand toekijken is toch nog erger. Op sommige plaatsen redden we tientallen mensen, elders vinden we alleen maar doden. Dat hangt ook van de plaatselijke gesteldheid af, hoe het weer is, hoe de ondergrond is, hoe de huizen gebouwd zijn, enzovoort. Een slachtoffer dat tussen koel puin ligt waar af en toe wat regen als drinkwater doorsijpelt, zal langer in leven blijven, dan iemand die crepeert van de dorst onder zongeblakerd beton. Het aantal geredden hangt dus niet enkel van ons, van onze honden of van onze training af."
HUMO: Heel die inzet van jullie hoogtechnologische reddingsorganisatie kost per keer vele miljoenen. Voor datzelfde geld kan je in de Derde Wereld hele dorpen redden van de hongerdood.
Patrizia: "Zo heb ik er nog niet over nagedacht, en zo wil ik er ook niet over nadenken. Ik wil ook niet weten hoeveel het onze regering allemaal kost, want Japan of Armenië betalen niets. Mijn land draagt alle kosten."
HUMO: Jullie zijn allemaal vrijwilligers.
Patrizia: "Niemand van ons is beroeps, daarvoor zijn er te weinig interventies. Iedereen heeft dus een job en wie op het ogenblik van het alarm zich kan vrijmaken, die kan mee op interventie. Er zijn bij ons redders die al jaren met hun hond trainen, maar nog nooit op interventie zijn geweest. Ik kan makkelijker mee omdat ik hier in huis secretariaatswerk doe."
HUMO: Wat is je drijfveer voor dat reddingswerk?
Patrizia:"Ik doe dat werk omdat ik vind dat een hond niet alleen een gezelschapsdier is. Ik wil dat mijn hond niet alleen iets voor mij maar ook iets voor anderen kan betekenen."
HUMO: Bij de bomaanslag in Oklahoma City was een van de belangrijkste hondenteams de Californian Swiss Search Dog Association.
Patrizia: "Het is een reddersvereniging die haar honden op dezelfde manier traint als wij. Wij geven ginder jaarlijks een basistraining en zij bouwen daar een heel jaar op verder. Ik heb met ze gesproken toen ze terugkeerden en het zwaarste om te verwerken was dat ze de slachtoffers in stukken en brokken hadden gevonden. Bij een 'gewone' aardbeving wordt een mens bedolven, hij krijgt een balk of een stuk plafond op zijn hoofd, hij is op slag dood of hij stikt, maar je vindt hem toch nog altijd als mens terug. In Oklahoma City hadden de honden voortdurend gekrabd en geblaft, en heel vaak haalden ze dan slechts een arm of een been boven: een hond kan niet weten hoeveel mens er nog ligt als hij iets ruikt. Psychologisch was dat zwaar geweest. Je waagt je leven in een gebouw dat op instorten staat en als je dan hoofdzakelijk stùkken van mensen vindt, dat was vreselijk ontmoedigend."